Jaarlijks worden zo’n tweehonderdvijftig kinderen vanuit Nederland ontvoerd. Bij internationale kinderontvoering worden ouderlijke verzoeken voor terugkeer van het kind sinds kort afgedaan met een minnelijke regeling. Dit betekent dat ouders onderling een schikking maken. Wanneer dit eerder van kracht was gegaan zouden veel kinderen misschien nog contact hebben met hun ouder.

Omar en Mara werden op tien en twaalf jarige leeftijd met de smoes dat ze naar Disneyland Parijs gingen meegenomen naar Syrië door hun vader. “Normaal gesproken gingen we met de auto naar Frankrijk, maar nu gingen we naar Schiphol. In het vliegtuig vertelde mijn vader dat

we niet naar Disney gingen, maar voor twee weken op vakantie naar onze andere familie. Mara en ik hadden in het vliegtuig het gevoel dat er iets mis was.” Na twee maanden in Syrië te hebben doorgebracht, werden broer en zus naar een school in Syrië gestuurd. Zij spraken de taal toen nog niet. “Wisten we zeker dat er iets niet klopte. We begrepen niet waarom ons verteld werd dat mama ons niet meer wilde zien. Ook zou ze het te druk zou hebben met onze jongere broertjes. Na een tijdje gingen we twijfelen. Mama zou toch wel contact met ons opnemen en waarom vertelt papa zulke dingen?”


Bezoek van mama
Ondanks dat haar kinderen in Syrië zaten, kwam Hanneke, de moeder van Mara en Omar, regelmatig langs. “Na haar eerste bezoek begrepen we de situatie, ondanks dat papa allemaal leuke dingen zei als: “We gaan wel naar huis, maar het heeft tijd nodig.’” Het laatste bezoek van Hanneke escaleerde, het werd duidelijk dat zij niet meer welkom in Syrië was. “Mama vertelde ons dat er nog maar één manier was om naar huis te komen; we moesten helemaal zelf naar de ambassade vluchten. We hadden een kaartje gekregen met daarop de plek van de Nederlandse ambassade.”

Van de een op de andere dag namen de twee de beslissing om naar de ambassade te gaan. Omdat hun vader aan het werk was, kregen broer en zus de kans om te ontsnappen. “We hebben een taxi gepakt en hebben de chauffeur geld gegeven.” Doordat Hanneke in contact was met de ambassade, wisten ze van de komst van de kinderen af. “We zijn op een plaats gaan zitten waar niemand ons kon zien. Mama had doorgegeven aan de ambassadeur waar we zaten, zodat hij ons kon ophalen.”

Een leven op de ambassade
Toen ze op de ambassade kwamen, dachten Omar en zijn zus dat ze naar huis konden. Dit bleek anders dan verwacht. Doordat de regels verschillen in verdrags- en niet-verdragslanden, duurt het lang om ontvoerde kinderen terug te halen. “We hadden een eigen slaapkamer en na drie maanden kwam er een lerares uit Nederland. Het was een eigen leventje binnen het gebouw. Ondanks dat we daar dingen hebben meegemaakt die je als kind niet moet meemaken, hebben we ook hele mooie momenten gehad.”

Terug naar huis
Vlak voor kerst kregen Omar en zijn zus na een half jaar op de ambassade te hebben gezeten, te horen dat ze terug naar Nederland mochten. “Op een avond kwam de ambassadeur naar ons toe. Hij zei dat we naar het vliegveld mochten terug naar huis. Het was een bevrijding toen we op Schiphol aankwamen.”

Nu, twaalf jaar later, houdt het hen nog dagelijks bezig. “Iedereen heeft z’n eigen vader, en elke vader heeft goede en slechte kanten. Helaas heeft hij aan iedereen laten blijken dat dit een van zijn negatieve kanten is. Toch is hij in de tweeëneenhalf jaar dat de ontvoering duurde, toch een échte vader voor ons geweest.”

Sinds 2012 worden ouders van ontvoerde kinderen opgevangen door Stichting Kind Ontvoerd. Zij bieden een luisterend oor en helpen de ouders gedurende het proces.

De namen in dit verhaal zijn wegens privacyredenen gefingeerd. 

Door: Amber Benig & Maxime van Gellekom/ Toolschool