Op de kartbaan rijdt ze gemiddeld 125 kilometer per uur, maar als ze uit haar kart stapt en haar helm afzet, verbaast ze iedereen. Eline (15) is een klein meisje met lange donkerblonde krullen. Sinds ze vrijdag een pagina in het Algemeen Dagblad vulde, blijven de aanvragen voor interviews binnenkomen. En die aandacht kan Eline gebruiken; ze heeft een sponsor nodig, want ze wil rijden bij de Formule 1.
“Ik wil de volgende vrouw in de Formule 1 worden”, zegt Eline. Ze is een middag aan het trainen op de kartbaan in Berghem. Eline komt zelfverzekerd over maar glimlacht toch een beetje verlegen. “Er zijn vrouwelijke coureurs geweest die in de competitie hebben gereden, maar dat is een paar jaar geleden. Ik moet eerst mijn racelicentie halen om op het circuit te mogen rijden. Dan kan ik de overstap naar een auto maken. Het is er nog niet van gekomen maar ik zou een racelicentie op mijn leeftijd mogen halen. Ik heb alleen geen schakelkart, dus het schakelen in een auto zal wel wennen zijn.”

In twee jaar tijd won Eline, die in de klasse dertien tot zestien jaar rijdt, achttien nationale en internationale wedstrijden. “Ik train zes dagen per week, op de kartbaan of thuis. Daar doe ik aan kracht- en conditietraining om sterker te worden. Ik heb een achterstand met spierkracht omdat ik een meisje ben. Dat merk ik aan mijn nek en bovenarmen na het karten.” Vanaf vrijdag traint Eline in België, Duitsland, Frankrijk, Spanje of Engeland, voor de wedstrijd die ze in dat weekend heeft.

Eline heeft er alles voor over om bij de Formule 1 te komen. Toch is er iets dat haar tegen kan houden: geld. “De inschrijfkosten voor een wedstrijd in bijvoorbeeld Spanje zijn dertienhonderd euro”, zegt Eline’s moeder Lia. “Dan mag je alleen nog maar mee doen. De kosten van het vervoer van Eline’s kart, de brandstof en de verblijfkosten komen daar nog bij. Eline’s vader en ik kunnen dat niet blijven betalen. Ze heeft echt een sponsor nodig, anders moet ze misschien stoppen.” Eline vindt het frustrerend dat ze afhankelijk is van haar ouders, die de sport moeten betalen. “Het gaat bij karten om het talent maar ook om het geld dat je hebt. Dan kun je de beste materialen kopen. Ik begin bekender te worden doordat ik de krant heb gestaan. Als een sponsor je niet kent, weet hij niet aan wie hij zijn geld uitgeeft.”

Sinds vorig jaar heeft Eline een eigen monteur, die ze van raceteam TKP uit Zaandam kreeg. “Mijn kart staat bij mijn monteur thuis of bij TKP, waar nog zeven junioren racen. Als ik moet trainen zorgt mijn monteur ervoor dat mijn kart er op tijd is. Bij een wedstrijd wordt mijn kart in een vrachtwagen geladen. Ik hoef alleen nog maar naar de baan te komen.”