Modeliefhebbers kunnen eindelijk hun hart ophalen en een bezoek brengen aan het Modemuseum in Rotterdam. Het tijdelijke museum is afgelopen zondag opengegaan en biedt een ‘whole experience’ op het gebied van fashion.

Zodra je binnenkomt merk je dat dit geen normaal museum is, aan alle kanten staat het vol met parfumflesjes. Alsof je een chique parfumerie binnenkomt. “We hebben het opgezet als een modewinkel,” vertelt Floor van Spaendonck, manager Onderzoek, Ontwikkeling, Strategie en Actualiteit van Het Nieuwe Instituut. “Als je een winkel zoals ‘De Bijenkorf’ binnenkomt zijn de parfumflesjes ook het eerste wat de mode vertegenwoordigd. Je ziet bijvoorbeeld Chanel en Yves Saint Laurent, dat zijn natuurlijk allemaal modemerken. We hebben alles opgezet om te laten zien wát mode is. Zo zie je als eerste confrontatie jezelf in meerdere spiegels. Er zitten dus allemaal boodschappen in het ontwerp van het museum.” Als je naar de garderobe gaat, wordt je jas in een chique jassenhoes opgeborgen. “Die jas is van jou, jouw jas en jouw keuze. Jouw eigen stukje mode.”

Do it yourself

Het modemuseum is anders dan andere musea. “Het is een interactief museum. Niet in de trant van ‘achter 3 rode knoppen zitten’ maar echt iets zelf doen. Boven kun je achter een naaimachine zitten om je eigen mode te maken. Maar je kunt ook echte couturestukken vasthouden. Normaal als er een mooie oude Dior-jurk te zien is, moet je hem achter glas bekijken. Hier mag je de voering aanschouwen en de oude technieken zien.”

Ook is er in het museum een ‘Pumporama’, waar jong en oud, man en vrouw, echte klassieke zwarte pumps kunnen passen. Mooi uitgestald van maat 28 tot 48. Een jong meisje probeert, aan de hand van oma, een stukje op de hoge hakken te lopen. “Zo kan iedereen ervaren hoe mode ons lichaam vormt en onze houding en bewegingen beïnvloedt,” aldus Van Spaendonck.

Collecties

Het toppunt van het museum is toch wel de kledingcollectie van de Zwitserse modeverzamelaar Eva Maria Hatschek. Bij een modeshow van Chanel, Dior of andere groot merk, kocht Hatschek niet het kledingstuk zelf maar het patroon. Daarna maakte haar couturier het precies op maat voor haar. Het is alsof je even in iemands grote, dure klerenkast mag kijken. Wanneer je tegen de werknemer bij de collectie zegt dat je graag iets met streepjes wilt zien, wordt er in bakken met archief kaartjes gezocht naar ‘stripes’. Uit de grote hoge stellingkasten wordt de zwart-wit gestreepte jurk gepakt die op het kaartje staat. Daarna wordt hij, met rubberen handschoenen aan, op tafel gedrapeerd om te bewonderen. Alles is aanwezig; van avondjurk tot zwemkleding en van mantelpak tot winterjas.

“We hebben ook een wat kritischere tentoonstelling. Deze gaat over het feit dat we T-shirts kopen die in productielanden maar 5 cent kosten en maar 60 dagen meegaan. Curator José Teunissen is met data aan de slag gegaan om dat beter uit te zoeken. Bijvoorbeeld hoeveel arbeid er in zit en hoeveel water verbruikt wordt met het produceren van de kleding. Daar is een kunstinstallatie van gemaakt. Van een grote berg weggegooide kleding zijn repen gescheurd, die tot een dikke draad zijn gewoven. Met een weefgetouw is daarvan weer een mooie, nieuwe stof gemaakt. Met een knipoog naar duurzaamheid.”

Het Tijdelijk Modemuseum is nog tot 8 mei te bezoeken in Het Nieuwe Instituut in Rotterdam.