schrijver P.F. Thomése (de echte)

J. Kessels: The Novel van P.F. Thomése werd vaak bestempeld als onverfilmbaar, maar de verfilming is er nu toch. In deze bizarre, zwart-komische roadmovie gaat een fictieve versie van Thomése (Fedja van Huêt) samen met zijn favoriete personage J. Kessels (Frank Lammers) naar Hamburg om een vreemdgaande frikandellenmagnaat (Ruben van der Meer) op te sporen. Thomése heeft een extra motivatie hiervoor, hij wil herenigd worden met Birgit, de zus van hun opdrachtgever, en zijn jeugdliefde.

Het plot klinkt misschien simpel, maar wordt al snel onnavolgbaar. Zeker als Thomése voortdurend met andere personages is discussie gaat over het verloop van het verhaal. De andere karakters moeten namelijk niet vergeten dat hij het hoofdpersonage is. Het rammelende plot heeft zo zijn charmes en verbazingwekkend genoeg lukt het regisseur Erik de Bruyn en scenarist Jan Eilander om de boel durende de gehele speeltijd op de rails te houden. In de finale lijkt het verhaal bijna in te zakken onder het gewicht van de vele plotwendingen, maar uiteindelijk weet men er toch nog een mooi einde aan te binden.

Het eerste wat opvalt aan de film is het tempo. Waar sommige Nederlandse films (en zeker het soort dat vaak een filmfestival opent) de reputatie te hebben nogal langzaam te zijn, razen de 107 minuten van J. Kessels voorbij. Ook ziet het er allemaal erg goed uit. Veel shots krijgen een bijzondere draai mee en de vele locaties, een deel van de film is in Tilburg geschoten, zorgen voor een mooie sfeer. Fedja van Huêt is in topvorm, en zet de neurotische Thomése goed neer. Frank Lammers is ook sterk als Kessels, maar waar je zou verwachten dat hij de hele film naar zich toe trekt, houdt hij zich juist redelijk op de achtergrond. Een goede keuze, want anders zou zijn karakter op den duur misschien op de zenuwen gaan werken.

Wat soms wel op de zenuwen werkt, is de eindeloze voice-over van Thomése. Deze is overgenomen uit het boek en het pseudofilosofische geneuzel past niet altijd bij de losse toon van de film. Ook krijgen de karakters niet altijd veel diepte mee, maar als pionnen in het chaotische plot werken ze prima. Het verhaal is verdeeld in vier hoofdstukken, waarvan de tweede, getiteld Kutstank in Sankt Pauli, de sterkste is. Hoogtepunt is de scene waar Thomése het aan de stok krijgt met een Hamburgse pooier die denkt dat Thomése met een van zijn prostituees onbetaald gebummst habe.

J. Kessels is een vreemde film geworden, eentje die meer gelijkenis heeft met Pulp Fiction dan met een Nederlandse publiekslieveling als De Marathon. Daarom is het maar de vraag of de film in Nederland een publiek zal weten te vinden, maar het zou zeker verdiend zijn. Dit is waarschijnlijk de enige film dit jaar waar het hoofdpersonage op het einde uit het niets een gitaar pakt om de titelsong te zingen. De film komt er nog mee weg ook, want het is best een mooi nummer.

J. Kessels is vanaf 1 oktober in de Nederlandse bioscopen te zien