Nu de kerst voorbij is, komt de maand februari alweer snel dichtbij. Bij februari kun je denken aan Valentijnsdag of stoppen met studeren voordat je een studieschuld opbouwt bij DUO, maar ik – en samen met mij veel anderen – denk uiteraard aan carnaval. ‘Vastelaovend’ is voor Limburgers vanzelfsprekend de benaming voor carnaval, maar Brabanders houden het gewoon lekker bij de benaming ‘carnaval’ zelf.

Vastelaovend versus carnaval

Buiten de benaming voor de dolle dagen in februari zijn er nog twee verschillen tussen vastelaovend en carnaval. Brabanders (en daarnaast ook alle andere Nederlandse bevolking buiten Limburgers) hoeven geen Duitse schlagers van o.a. Helene Fischer of DJ Ötzi te horen, maar draaien daarentegen graag nummers van bijvoorbeeld Snollebollekes. Limburgers luisteren naast de Duitse schlagers ook nog andere carnavalsnummers (met een laaang Limburgs accent) en af en toe een Nederlands nummer er doorheen.  En dan nog: het begrip ‘rood, geel en groen’ is niet weg te denken bij vastelaovend, omdat dit de kleuren zijn die carnaval representeren. In Brabant is dit echter niet zo: daar heeft elk dorp/elke stad zijn eigen kleur. Roed, geel en greun is de kleur vaan vastelaovend, van Frans Theunisz zul je dus niet horen in de Brabantse kroegen.

Echte carnavalisten

Verder is carnaval overal wel hetzelfde. In het ene dorp verkleden mensen zich meer dan in het andere dorp, maar aan het eind van de nacht maakt het toch geen zak meer uit. Zelfs ondanks het feit dat in verschillende kroegen – helaas – evenementenbier wordt geschonken. Lees: bier gemengd met water. Dit houdt echte carnavalisten gelukkig niet tegen om ’s ochtends, ’s middags en ’s avonds de straten te betreden in allerlei verschillende kostuums. Of je nou clown, piraat of iets anders veel te standaards wordt, zolang je je best doet en mee blèrt op de muziek, is iedereen tevreden.

Schaarse katten en duiveltjes

Verder is er nog iets dat vastelaovend en carnaval met elkaar gemeen hebben: de meisjes/vrouwen die carnaval zien als de ultieme gelegenheid om veel te schaars gekleed op stap te gaan. De populairste outfit is waarschijnlijk het katje: een panty, kort broekje met topje of zelfs enkel een body met een panterprint, een kattenstaart op hun kont, kattenoortjes op hun hoofd en snorharen getekend naast hun neus. Verder is het duiveltje ook erg populair. Laten we het nu even voor eens en altijd duidelijk maken: dit is geen carnaval. Carnaval vieren doe je met goede vrienden, voor de lol en zo gek of lelijk als maar kan. Je katten- of duivelpakje mag je bewaren voor in je privé tijd. Toch mag dit de pret niet drukken. De geur van alcohol, plastic bekertjes door de stad, mensen die binnen roken in de cafés en romances die ontstaan. Kriebels in mijn buik krijg ik ervan.