Vanaf 1 maart gelden nieuwe regels voor Nederlandse strafrechtadvocaten. In deze regels staat onder meer dat zij het verhoor van hun cliënt mogen bijwonen. Echter mogen zij hen tijdens dit verhoor niet adviseren. Ook krijgen ze een lage vergoeding voor dit werk. Donderdag werd bekend dat advocatenorganisaties hierover een kort geding aanspannen tegen de Nederlandse staat. Strafrecht specialist Job Knoester legt uit waarom.

Knoester is blij dat de nieuwe regels van start gaan, maar vindt dat ze niet goed uitgewerkt zijn. Strafrechtadvocaten kunnen volgens hem hun werk niet goed uitvoeren door de invoering van de nieuwe regelgeving. Knoester verwacht dan ook dat dit veel problemen met zich mee gaat brengen.

Geen advocaat

“In de nieuwe regeling staat dat advocaten enkel vooraf aan het verhoor en erna met hun cliënt mogen overleggen. Wij kunnen de verdachte dus niet goed bijstaan tijdens het verhoor, omdat wij hen niet kunnen en mogen adviseren.” Knoester denkt dat de kwaliteit van het werk van de advocaten hieronder gaat lijden. Volgens de oude regeling mogen advocaten een verhoor niet bijwonen. Vanaf 1 maart zullen zij dus een hoop extra werk krijgen omdat veel verdachten hun advocaat toch bij het verhoor willen hebben. Deze dienen ondanks de zwijgplicht toch voorbereid te worden. “Het recht kan niet goed genoeg worden gewaarborgd, omdat wij het werk simpelweg niet aankunnen. Het zal zich flink gaan opstapelen. Gevolg hiervan is dat advocaten minder zaken zullen aannemen, waardoor veel verdachten niet geholpen kunnen worden.”

Voor het extra werk waar de advocatuur mee te maken krijgt, wordt een minimale vergoeding van in totaal €160,- uitgeloofd. Deze vergoeding geldt voor zo’n anderhalf uur werk, maar zou ook gelden wanneer het verhoor uitloopt tot vier uur. Verschillende advocaten stellen dat zulke lange verhoren geen uitzondering zijn. Voor zaken waar een gevangenisstraf van twaalf jaar of meer op staat, wordt dit bedrag verdubbeld naar zo’n €320,-. Daarnaast dienen deze verhoren ook nog voorbereid te worden. De Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten (NVSA) en Vereniging van Jonge Strafrechtadvocaten (NVJSA) noemen het dan ook een ‘fooi voor de advocatuur’.

Doen wat moet

“Om mijn cliënten toch zo goed mogelijk bij te staan, ga ik doen wat ik denk dat nodig is. Bijvoorbeeld wanneer ik zie dat iets onduidelijk voor de verdachte is, zal ik spreken en om verduidelijking vragen. Ik hoop dat ik er op zo’n moment over kan praten met de agenten van dienst. Wanneer zij mij toch besluiten te verwijderen uit het verhoor zal dit tot een rechtszaak lijden.” De nieuwe regels over het verhoor zijn namelijk in strijd met hogere, Europese regelgeving en rechtspraak. Hierin is namelijk bepaald dat advocaten actief moeten kunnen deelnemen. Dit stellen de NVSA en NVJSA ook in hun persbericht. Zij hebben samen een kort geding tegen de Nederlandse staat aangespannen. Dit dient op zijn vroegst volgende week.

Belangrijk maar raar

Ondanks alle ophef is Knoester toch content met de nieuwe regelgeving. “Het is belangrijk dat er een doorbraak is. Er wordt al lang voor gestreden om advocaten bij een verhoor aanwezig te hebben. Ik vind het zelfs raar dat de nieuwe regelgeving nu pas van start gaat. In vergelijking met een hele hoop andere Europese landen loopt Nederland ver achter.” In landen als België en Italië is het recht op een raadsman tijdens een politieverhoor al lange tijd geregeld. In Denemarken zelfs al zo’n vijftig jaar! In deze landen wordt de regeling zowel door de politie, de advocatuur en het Openbaar Ministerie (OM) als positief ervaren. De actieve rol van de raadsman wordt in deze landen toegejuicht omdat het de kwaliteit van het verhoor ten goede komt. Knoester hoopt dan ook dat hij dezelfde rol kan aannemen als collega’s in andere Europese landen en hier een passende vergoeding voor krijgt.