De tijden waarin RBC Roosendaal in de Eredivisie speelde, worden nog altijd gekoesterd. Na het faillissement in 2011 leek er niets meer van de club over te blijven. Er kwam een doorstart. Nu, vijf jaar na het bankroet, is de club weer springlevend. Communicatiemedewerker Paul Kuipers: “RBC is nooit echt belangrijk geweest voor de gemeente Roosendaal.”

Met de uitstraling van een Jupiler League-club speelt RBC op dit moment in de vierde klasse van de zondagamateurs. Ze spelen in een stadion dat in niets onderdoet voor een topclub in de Jupiler League. Het stadion werd in 2011 eigendom van de gemeente Roosendaal. Kuipers: “De gemeente gaf helemaal niets om de club en het stadion. Na de doorstart was het lastig om wedstrijd- en trainingsaccommodaties te vinden. De gemeente hielp ons hier ook totaal niet bij”, concludeert Kuipers. “Uiteindelijk hebben we onder andere drie tribunes en de catacomben met kleedlokalen kunnen huren van de gemeente. Hierdoor spelen we nu dus de thuiswedstrijden op deze plek.”

De bezoekende teams die naar het Herstaco Stadion komen, zetten vaak een stap extra tegen het RBC van nu. “Iedereen ziet ons nog steeds wel als ‘de club die ooit Eredivisie speelde’, maar dat zijn we natuurlijk niet meer”, vervolgt de man die zelf als klein jongetje al bij RBC kwam. “De tegenstanders willen laten zien dat zij beter zijn dan de club van toen. In de regio kijkt iedereen nog steeds een beetje op tegen ons, de oud-profclub. Iedereen wil van ons winnen.”

bewerkt20160304_144853_Pano [187172]

Supporters

Qua supportersaantallen is het flink achteruit gegaan. Kuipers: “Zo’n tien jaar geleden zat het hier gewoon vol. Korte tijd na de doorstart zat er nog zo’n zeshonderd man, maar dat is inmiddels ook alweer gehalveerd.” Voor vierde klasse-begrippen zijn het nog steeds prachtige aantallen. “Het leeft dus nog wel bij de echte supporters. Zij dragen RBC nog altijd een warm hart toe. Anderen gaan niet meer op zondag naar RBC kijken. Ze hebben wel wat beters te doen. De mensen met een oranje RBC-hart zijn er nog altijd.” Dit zijn ook de mensen die de club weer naar het hoogste niveau willen tillen. Het huidige bestuur bestaat bijna volledig uit mensen die ooit als supporter naar de wedstrijden kwamen.

Verandering

Daar waar vroeger nog een mooie natuurgrasmat lag, ligt nu een kunstgrasveld. De historie heeft plaatsgemaakt voor de technologie van nu. De blauwe stoeltjes, die deels de clubkleuren vertegenwoordigen, zijn nog altijd aanwezig op de tribunes. “Hier op het veld gebeurt het dus allemaal. Zoals het ooit was en zoals het nu nog steeds is”, blikt Kuipers terug. “Ploegen als Ajax en Feyenoord speelden hier. Dat is natuurlijk wat anders dan SC Gastel dat nu op bezoek komt.” Toch is het voor de bezoekende club wel mooi om in hetzelfde kleedlokaal te zitten als waar de spelers van Feyenoord ooit zaten. “Het is hier allemaal net iets groter dan de plaatselijke voetbalclubjes hier in de regio gewend zijn. Natuurlijk is er voor ons ook heel veel veranderd.”

Deze veranderingen zijn op het eerste gezicht niet zichtbaar in het stadion. De hele jeugdopleiding heeft opnieuw moeten beginnen. “Alles is opnieuw uit de grond gekomen. De KNVB ziet ons gewoon als een volledig nieuwe club dus we konden niet in de Hoofdklasse starten met de bekendheid die we al hadden”, zegt Kuipers. Daarnaast is de gehele businessclub verdwenen uit het stadion. Deze heeft plaats gemaakt voor het Nationaal Voetbalmuseum. “Sponsoren zijn natuurlijk ook vertrokken. Waarom zouden de sponsoren nog geld steken in een doorsnee vierdeklasser, als zij ook naar de buurman kunnen gaan die nu veel hoger speelt?”