Een droevige dag voor de V&D in Tilburg. Vandaag was de laatste dag dat het warenhuis openging voor publiek. Tot en met een uur konden bezoekers de nog overgebleven spotgoedkope artikelen bemachtigen.

Van de nette, georganiseerde winkel die V&D ooit was, is niets meer over. Bij binnenkomst wordt meteen duidelijk dat het nu écht afgelopen is. De sfeer is grimmig. Geschreeuw, gelach en gehuil vullen de holle ruimte. Het pand staat nagenoeg leeg en op de grond ligt alleen maar troep. Beveiligers met het welbekende ‘V-tje’ staan bij de deur om de losgeslagen klanten in bedwang te houden.

De rij voor de kassa loopt tot aan de andere kant van de winkel. Mensen wachten ongeduldig wiebelend op hun beurt. Toine Bugter kijkt in haar rolstoel naar het tafereel wat zich voor haar afspeelt. “Ik vind het heel erg dat V&D zo moet eindigen. Ik heb hier zelf jaren geleden nog gewerkt. Het was mijn eerste baantje. Ik kwam hier vaak, aan mij ligt het niet dat ze failliet zijn.” Toine is al voor de zevende keer in de winkel sinds de aankondiging dat het gaat sluiten. “Het is voor mij toch een beetje afscheid nemen. Ik kan hier nooit meer naartoe.”

Paniek
Plotseling is er paniek in het warenhuis. Een man rent met zijn vrouw in een rolstoel naar de uitgang. Door de drukte en de hitte is ze onwel geworden. Ambulance en politie zijn snel ter plaatse. “Gisteren is er ook al iemand flauwgevallen, het is gewoon zo druk hier”, vertelt Nick, een uitzendkracht die voor de laatste dagen is ingehuurd. “Ik ben via een uitzendbureau hier terechtgekomen. Wij moeten om een uur alles opruimen zodat het pand helemaal leeg komt te staan en ervoor zorgen dat mensen elkaar niet in de haren vliegen. Dat is de afgelopen dagen al vaak genoeg gebeurd.”

Dat de hebzucht van mensen in situaties als deze naar bovenkomt is goed te merken. Bakken met sokken, handschoenen en ondergoed worden geplunderd door graaiende, schreeuwende vrouwen. Kleren worden uit elkaars handen gerukt. “Dat is mijn muts!”, roept een oude vrouw. “Blijf van mijn kandelaar af!”, klinkt er vanuit een andere hoek. Van fatsoen hebben de winkelende klanten niet gehoord. “Het is toch triest”, zegt een hoge stem. Mevrouw Hendriks kijkt vol ongeloof naar de graaiende vrouwen. “Dit is gewoon V&D niet meer. Ik kwam hier heel vaak voor kleding, maar van die schone, mooie winkel is gewoon niets meer over. Vandaag wilde ik nog afscheid nemen, maar als ik dit zo zie wil ik eigenlijk alleen maar zo snel mogelijk naar huis”, zegt ze wijzend op de lange rij en ruziënde mensen.

Tegen half een beginnen medewerkers mensen naar buiten te begeleiden. Iedere klant die naar buiten wil, moet zijn of haar tas afgeven ter controle. De ingang aan de Heuvelstraat is al gesloten en klanten kunnen alleen nog maar via het Pieter Vreedeplein naar buiten. Naar binnen gaan is vanaf kwart voor een al niet meer mogelijk. “Belachelijk, het is toch tot een uur open? Dit slaat helemaal nergens op!”, klinkt er mopperend vanuit de ingang. De beveiligers kijken elkaar schouderophalend aan.

Het definitieve einde
De laatste sjaals en oorbellen worden afgerekend aan de kassa en om een uur is het toch echt klaar. “Dames en heren, wij gaan sluiten! Wij verzoeken u om het pand te verlaten en uw eigendommen mee te nemen. Een hele prettige dag nog”, klinkt er uit de luidspreker. Ietwat geïrriteerd en luid pratend begint de stoet mensen naar de uitgang te lopen. Mensen kijken voor de laatste keer nog achterom naar wat de V&D ooit was. “Dat was het dan, tot nooit meer ziens”, zucht de allerlaatste klant, Janny van Riel.