Tekst: Ruben De Keyzer

In Nederland zijn coffeeshops onderhevig aan de AHOJGI-criteria: een hele resem regeltjes die onder meer stellen dat het verboden is voor minderjarigen en niet-Nederlanders om softdrugs te kopen. Maar houden de uitbaters zich hieraan? Uw reporter – een 23-jarige Belg – ging op onderzoek.

The Grass Company

Vlakbij het station van Tilburg ligt ‘The Grass Company’: een gezellige tent, die op het eerste gezicht zelfs een tikkeltje toeristisch oogt. Ik knik vriendelijk naar de in het zwart gehulde buitenwipper, wandel naar binnen, maar zijn potige arm blokkeert het deurgat. ‘Legitimatie, meneer?’

Ik toon mijn identiteitskaart, maar word stug geweigerd omwille van mijn afkomst. Pijnlijk. Nu weet ik hoe mijn Marokkaanse vrienden zich voelen aan de inkom van een discotheek.

De Muze

Iets verder in de stationsbuurt ligt De Muze: een gezellig kroegje waar ik hopelijk wél zal kunnen afrekenen met mijn allesverpletterende ennui. Na vluchtig de menukaart te bestuderen vraag ik in mijn beste Faux-Hollandse accent naar een hasjjointje, maar het onraad viel zelfs door de penetrante wietgeur heen te ruiken. Legitimatie, opnieuw.

Ik geef mijn pas vol zelfvertrouwen af, maar word meteen geweigerd. ‘Sorry meneer,’ zegt de uitbater. ‘hoe gemeen het ook klinkt: buitenlanders zijn hier niet toegelaten. Als Belg kan je enkel in Amsterdamse coffeeshops terecht.’

Caza

Hoe groter mijn wanhoop, hoe groter mijn drang om lekker high te worden. Ik laat me leiden naar Caza: een klein wiethandeltje gevestigd in wat de achterkamer van een verlaten gebouw lijkt te zijn. In het kamertje zitten drie bedwelmde mannen, die geen kik geven wanneer ik hen vriendelijk gedag zeg. De uitbater staat achter een dikke glazen wand. Ik vraag hem om een jointje. ‘Geen probleem,’ zegt de man, en hij begint te rollen. ‘Mag ik uw legitimatie zien?’

Ik hou mijn identiteitskaart tegen het glas. Even lijkt de man het niet te merken, maar dan spreekt hij me toch aan over mijn Belgische nationaliteit. ‘Maakt het uit?’, probeer ik nog. ‘Ik zal het niemand zeggen.’ Het heeft geen baat: mijn kans om high te worden is in rook opgegaan.

Conclusie

Je moet het de Nederlandse coffeeshopuitbaters meegeven: ze houden zich aan de regels. Misschien maar goed ook, aangezien de journalistieke deontologie, mijn gezondheid en mijn moeder me verbieden om eventueel gekochte waren zelf op te roken.

Deze highs zijn gelukkig nog niet verboden in Tilburg:

Sport
Muziek
Liefde
Leven
Lijm