Korfbal heeft voor de buitenwereld een stoffig imago. ‘Gemengd douchen’ en de sufheid van schooltoernooien komen vrijwel altijd voorbij in een gesprek over de sport. Toch wil de KNKV in samenwerking met het Internationaal Olympisch Comité de sport op de Olympische Spelen krijgen in 2028. Is dit haalbaar?

In Nederland en België heeft het spel een hoog niveau en trekt het bij elkaar opgeteld ruim 90.000 spelers. In andere landen blijft het kleinschaliger. Nederlandse coaches gaan daarom vaak naar het buitenland om clinics te geven. Daarnaast doet de korfbalbond er van alles aan om het imago van de sport te verbeteren.

Het spel is in de afgelopen 25 jaar veranderd. “Zo hebben we kleinere velden om het spel sneller te krijgen, zijn de rieten manden vervangen door kunststof en is er in de hogere competities de 25-secondenregel, waarbij het aanvallende vak binnen 25 minuten de mand moeten hebben geraakt”, meldt trainer Paul Vink van tweedeklasser Juliana uit Oud-Gastel.

Deze veranderingen maken de sport aantrekkelijk voor de Olympische Spelen. “De emotie en het atletische vermogen van de spelers is indrukwekkend. Daarnaast is zo’n hoog niveau door de snelheid aantrekkelijk.” Iedereen zou juist dit niveau moeten zien om het imago te verbeteren volgens Vink. “De spelers moeten alle rollen kunnen invullen. Daarnaast moet je goed kunnen timen, conditie hebben en interactie met je tegenstander, zoals verdedigen, kunnen onderhouden op dat niveau.”

De sport gaat volgens Vink met de tijd mee. Andere materialen en de acties om de sport te verbeteren, moet korfbal naar de Olympische Spelen van 2028 brengen. “We zitten niet stil. En 2028 is pas over een aantal jaar, maar dan wordt het wel hard werken om het niveau internationaal op te krikken”, aldus Vink.