Vluchtelingen in Nederland die niet in willen inburgeren worden niet uit het land gezet. En dat terwijl dit wel in het regeerakkoord is afgesproken. Ook bij de vluchtelingenorganisatie SNV Brabant Centraal merken ze nog weinig van die nieuwe regel.

Maartje Goosen, taaldocent bij SNV Brabant Centraal, vindt de nieuwe regel niet verkeerd, ondanks dat die nog nauwelijks uit de verf komt. “Als het werkt, vind ik het een goed idee, want daardoor blijven er alleen mensen over die in Nederland willen blijven.”

Toch is er volgens haar ook een probleem. “Het is nauwelijks te controleren of iemand niet wil inburgeren, of dat niet kan. Vaak hebben vluchtelingen trauma’s opgelopen en die blokkeren het leerproces. Iedereen die in ons programma zit wil inburgeren, maar sommigen kunnen het gewoon niet door dingen die in het verleden zijn gebeurd.”

Op examen

Maar wat komt er allemaal kijken bij een inburgeringstraject? Goosen legt uit wat een nieuwkomer in Nederland allemaal moet kunnen voor diegene op examen mag. “Eerst kijken we of iemand gealfabetiseerd is. Afhankelijk van dat niveau bepalen we in welk traject diegene start en hoeveel die persoon nog moet leren. Uiteindelijk mag iemand maximaal drie jaar doen over zijn of haar inburgering.”

 Om vervolgens de inburgeringstoets te mogen maken, krijgen de vluchtelingen niet alleen les in Nederlands. Asielzoekers maken in totaal vijf examens. Vier voor Nederlands, waarbij je wordt getoetst op lezen, luisteren, spreken en schrijven. Daarnaast volgen vluchtelingen het vak Kennis Nederlandse Maatschappij. Zo leren ze over de politiek in Nederland, over onze cultuur en over onze normen en waarden.

Brabant Centraal is als vrijwilligersorganisatie aangesloten bij Vluchtelingenwerk Nederland en begeleidt op dit moment zo’n 150 vluchtelingen bij hun inburgering. De stichting opereert onder andere in Breda, Tilburg en Eindhoven.