Slechts twee maanden geleden ging musical Sky in première en nu al wordt de stekker eruit getrokken vanwege tegenvallende kaartverkoop. Voor bedenkers Marco Borsato en John Ewbank een hard gelag, maar producent Alain de Levita heeft een groter probleem: Hij blijft achter met een splinternieuw, leeg theater.

Dat komt door de strategie van het in 2013 geopende Theater Amsterdam. Een musical loopt daar namelijk niet voor een bepaalde tijd, maar stopt pas als de interesse vanuit het publiek verdwijnt. De Levita pakte dit eerder zo aan met de Theaterhangaar in Leiden, waar Soldaat van Oranje al zes jaar lang alle records breekt. Nu kent hij door het recente falen dus ook de keerzijde van de medaille.

Gegokt en verloren
Maaike Bleeker, hoogleraar theaterwetenschappen aan de Universiteit van Utrecht, beaamt dat een dergelijk concept behoorlijk wat risico’s met zich meebrengt. “Op het moment dat een voorstelling niet aanslaat en je de productie moet schrappen, zit je met een leegstaand gebouw. Vaak duurt het maanden of zelfs jaren voor een nieuwe productie klaar is.”

Daarentegen kan de strategie ook heel voordelig uitpakken. “Dat zie je nu aan Soldaat van Oranje. Dat is een doorslaand succes en de producenten hoeven niet bang te zijn dat er een vervangende show aankomt.”

Foute keuze
Ondanks het vergelijkbare principe verschillen de twee locaties overigens wel van elkaar, zegt Bleeker. “Theater Amsterdam werd speciaal gebouwd voor Anne, het toneelstuk over het leven van Anne Frank. Dat liep wél goed, maar moest grotendeels wijken voor het spectaculaire 3D-project Sky.” Bleeker ziet daarin wel het lichtpuntje. “Anne draait nog altijd één keer per week en die cast zal ongetwijfeld staan te springen om vaker de planken op te mogen.”