Door: Kevin van den Essen en Tim van der Weerden

Een groot leegstaand pand in het centrum van acht Brabantse steden. Na het faillissement van warenhuisketen V&D is het al zes maanden lang de grote vraag wat de toekomst voor deze Noord-Brabantse vestigingen moet brengen.

Retaildeskundige Henk Gianotten is van mening dat het niet zo slecht gaat met de panden als sommige mensen denken. “De eerste analyse ging ervan uit dat een stuk of twintig panden in de grotere steden wel gevuld zouden worden. Als ik het nu optel, merk ik echter dat al bijna dertig panden gevuld zijn.” Gianotten benadrukt dat met name de V&D-gebouwen in kleinere steden als Uden en Oss het lastig krijgen. Grotere ketens willen zich daar niet vestigen, omdat er enerzijds onvoldoende koopkracht is en het anderzijds geen aantrekkelijke locatie is.

Niet alleen de locatie, maar ook de uitstraling van het pand is heel belangrijk voor een retailer. Gianotten: “Het is nogal een verschil als je te maken hebt met van die oude naoorlogse betonnen kolossen of een nieuwer gebouw. Als de gemeente een aantrekkelijke binnenstad wil maken, moet ze haar nek uit durven te steken en iets doen met de status van zulke versleten panden. Wat ze er vervolgens mee doet, hangt af van de plannen met de binnenstad.

Onderzoeksbureau Locatus verzamelt informatie over alle winkels en consumentgerichte, dienstverlenende bedrijven in de Benelux. Volgens directeur onderzoek Gertjan Slob heeft het wegvallen van V&D nauwelijks effect op het totale centrum. “De exacte effecten zijn nog niet goed te zien, maar vooral in de straten waar een gesloten pand staat, zien we het aantal voorbijgangers teruglopen. Het is vooral voor de omliggende winkels belangrijk dat er weer iets in het pand komt.” Gianotten herkent dit ook: “De binnenstad zelf lijdt geen verlies aan publiek door het verdwijnen van Vroom & Dreesman. Het zijn met name de buren die er last van hebben.”

In Eindhoven herkennen ze dit probleem ook. Het was voor Bart Meijer, voorzitter van winkeliersvereniging Stichting Detailhandelsplatform Binnenstad Eindhoven (SDBE), de reden om actie te ondernemen. Hij bedacht een manier om het straatbeeld op te fleuren en weer interessant te maken voor de consument.

Henk Gianotten juicht initiatieven zoals die in Eindhoven toe. “Je moet je goed realiseren dat zo’n winkel een aantal maanden of zelfs een jaar leeg kan staan. Om het gebied aantrekkelijk te houden, is het verstandig van de winkeliers om het zicht naar de straatkant er fatsoenlijk uit te laten zien. Als je dit niet doet is het funest voor het aanzien van de stad, dus het is een goede tijdelijke oplossing.”

Een andere tijdelijke oplossing voor de gebouwen komt in de vorm van anti-kraakwoningen voor studenten. In Haarlem en Amstelveen is dit in volle gang en ook in Bergen op Zoom is een soortgelijk initiatief opgezet. Slob benadrukt echter dat er een verschil is tussen de woningen in de V&D en andere winkelpanden die veranderen in woningen. “Winkelpanden die een woning als definitieve bestemming hebben, staan meestal in een aanloopstraat naar het centrum toe. Een toplocatie in het midden van het centrum komt namelijk zelden voor. In het geval van de V&D-panden gaat het echt om tijdelijke woningen die een andere invulling gaan krijgen.”

Gianotten ziet dat er verschillende obstakels bestaan die de invulling van een pand kan tegen gaan. “Ik kan wel honderd invullingen verzinnen, maar ik vind dat een gemeente eerst eens moet aangeven wat ze precies willen met die binnenstad. Als je daar woningen wilt hebben dan moet je dat vooral doen.” Woningen zijn daarentegen niet het ideaalste voor een eigenaar. “De huurinkomsten voor een winkelbestemming zijn voor een eigenaar veel hoger als er een woning of een horecaonderneming in komt. Zij zullen dus zo lang mogelijk de kat uit de boom kijken, met de hoop dat er een nieuwe winkel in komt.”

Het omzetten van winkels in woningen is natuurlijk niet nieuw. Zo veranderen verschillende winkelpanden in het centrum van Helmond in woningen.

V&D mag dan wel verdwenen zijn uit het straatbeeld, maar de naam leeft voort. De curatoren van het oude-warenhuis laten namelijk weten dat de merknaam in handen is van Retail Ventures Holding, wat een samenwerkingsverband is tussen Roland Kahn, Jaco Scheffers en Ronald van Zetten. De eerste twee mannen kennen we van Coolinvestments en Van Zetten is de voormalige topman van HEMA. Zij brengen het merk terug in de eindeloze straten van het internet.