In Nederland krijgen poppodia jaarlijks subsidie van het de gemeente. De verschillen tussen steden is echter enorm. Zo krijgt TivoliVredenburg in Utrecht ongeveer 8 miljoen euro, terwijl Poppodium 013 in Tilburg ‘maar’ 700.000 euro (tien procent van de jaarlijkse begroting van 013) krijgt. Gemeenten leggen dus grof geld neer, maar wordt dit geld dan ook goed gebruikt? “Een investering in een poppodium is een investering in het imago van onze stad” zegt het Utrechtse VVD-raadslid André van Schie.

Poppodia genereren inkomsten door onder andere  kaartverkoop (34%), horeca (25%) en inkomsten uit besloten verhuur en sponsoring (4%). Overige kosten gaan via het Rijk, de Provincie en de gemeente.  Dergelijke subsidies worden volgens het raadslid vaak versleten als ‘geldverspilling’, maar volgens Niels Aalberts van 3voor12 (VPRO) is het de investering wel waard. “Een concertzaal zoals Tivoli zorgt namelijk voor binding van jonge mensen aan onze stad.” Zijn collega Atze de Vrieze voegt toe: “Een poppodium met een scherpe programmering zorgt voor een goed aanzien van de stad, en zorgt er ook voor dat studenten en jonge, creatieve mensen op die stad afkomen.

Screen Shot 2016-06-10 at 11.44.58 AM

 

Jaarrekening
Bij de afhandeling van subsidie-aanvragen kijkt de subsidiërende partij onder andere naar het exploitatieresultaat van de subsidie ontvanger, de financiële positie, de samenstelling van het bestuur en de educatieve activiteiten. Voor het aanvragen van subsidie moet een poppodium een jaarrekening én bestuursverslag inleveren. Andere tekortkomingen, zoals uitgelopen verbouwingen, kunnen aangevraagd worden bij het Rijk en overige particuliere fondsen, of bij fondsen voor speciale doelgroepen, zoals het Fonds Podiumkunsten.

 

TivoliVredenburg heeft in 2014 een subsidie van 7,8 miljoen gekregen om de verbouwing te realiseren. De bouwkosten waren toentertijd geschat op 98,6 miljoen, maar liepen op tot 156 miljoen. “Tivoli is een apart geval. Verschillende adviesgroepen hadden geadviseerd het minder groots aan te pakken, maar hier heeft men niet naar geluisterd”, legt Chris van Koppen van Brabants Kenniscentrum voor Kunst en Cultuur uit. “Hierdoor zijn de kosten veel hoger opgelopen en wordt het moeilijk om dit recht te trekken.”

Slechte dekking
Na de opening in juni dat jaar liep het tekort al rap op door personeelskosten, investeringen in de programmering en zakelijke investeringen. Hiernaast is er ook nog twee miljoen euro nodig om de fouten die gemaakt zijn tijdens de bouw van het gebouw te herstellen. Dit bedrag gaat nu aangevuld worden door de gemeente Utrecht, om het poppodium draaiende te houden. Carolien Gehrels, voorzitter van het Onderzoeks- en adviesteam TivoliVredenburg, meldde eerder aan de Volkskrant dat de huisvestingskosten rond de 9,6 miljoen euro per jaar zijn. Dit is 3,5 miljoen euro hoger dan de vorige vestigingen van Tivoli en Vredenburg bij elkaar. Ondanks deze hoge kosten is de lokale politiek echter wel bereid om de buidel te trekken. “Tivoli is eigenlijk te groot om te vallen,” zegt het Utrechtse VVD-raadslid André van Schie. Ondanks dat de partij volgens hem ‘niet altijd even royaal is’ met het verstrekken van subsidie, vindt zijn partij het geld een goede investering . Door de nieuwe huisvesting wordt Tivoli namelijk een poppodium ‘met bovenregionale functie’, dat concurreert op landelijk niveau. “Dat betekent dus ook dat de financiering bij dat concept moet passen,” aldus Van Schie.

 

Screen Shot 2016-06-10 at 11.45.11 AM

Ook Poppodium 013 in Tilburg krijgt subsidie. Deze liggen echter een stuk lager dan Utrecht. De 700.000 euro die de gemeente beschikbaar heeft gesteld dekt slechts tien procent van de totale uitgaven, terwijl 013 en Tivoli in dezelfde vijver vissen. Bij andere poppodia ligt dit rond de twintig á dertig procent. Festivals kunnen daarentegen vanaf de tweede editie voor subsidie terecht bij het Fonds Podiumkunsten, een extra fonds voor ‘unieke projecten’.  Atze de Vrieze van 3voor12 betwijfelt overigens of die subsidies voor festivals wel terecht zijn. “Dankzij subsidies voor festivals zoals Woohah in Tilburg kan het festival gemakkelijker grote namen boeken, en vist het dus in dezelfde vijver als bijvoorbeeld Appelsap in Amsterdam, wat dezelfde markt bedient maar een commerciële partij is en dus geen subsidie krijgt. Met belastinggeld artiesten wegkapen is eigenlijk oneerlijke concurrentie,” zegt hij. Voor veel gemeenten is de subsidie voor poppodia een kwestie van prestige en aanzien, ook als deze gemeente zich in de periferie bevindt. “De grootste hausse aan verbouwingen zijn nu wel voorbij, het is nu tijd om te kijken welke poppodia er zullen overleven,” zegt Atze de Vrieze. Hij noemt de cultuursubsidie dan ook, net zoals raadslid Van Schie, een investering voor op de lange termijn. “Poppodia werken als magneten, er is altijd wel vraag naar en de zalen zullen zich altijd wel vullen als er goed en scherp geprogammeerd wordt” aldus De Vrieze.

 

Een project van Tessa Gorissen en Rutger de Quay.