Niet voor niets een brug te ver. Operatie Market Garden – de grootste luchtlandingsoperatie van de Tweede Wereldoorlog – vond deze week 72 jaar geleden plaats. Meer dan een week lang was Nederland het strijdtoneel waarop het plan van Montgomery uiteindelijk jammerlijk zou falen. Meer dan 35.000 parachutisten werden ingezet met het doel om belangrijke bruggen veilig te stellen. Het Britse XXX corps kon hierover passeren om Nederland te bevrijden. De brug bij Arnhem bleek een brug te ver en het westen van Nederland belandde in de hongerwinter.

Kennis over dit grootschalige gevecht op Nederlands grondgebied lijkt onder de jeugd afwezig, en dat is natuurlijk jammer. Wij werden gedropt om te voorkomen dat dit essentiële stuk uit de vaderlandse geschiedenis verder onder het tapijt verdwijnt. Ons doel: vliegbasis Gilze-Rijen en museum Bevrijdende Vleugels in Best.

Troostprijs voor defensie

Deze week hebben de ministeries hun spaarvarkentjes weer kapot geslagen. Naast de glazenkoets, de mooie hoedjes en de vers gestreken pantalons, lijkt er ook ruimte te zijn voor wat positieve, financiële verandering. Zo krijgen, in tegenstelling tot de jaren hiervoor, meerdere departementen weer wat extra knaken te besteden. Sinds lange tijd is er ook weer wat geld beschikbaar voor defensie. Niet gek toch, in tijden als deze?

De krijgsmacht krijgt dus ruim €300 miljoen extra waarvan €200 miljoen naar de strijdkrachten gaat. Er klonken positieve geluiden over de begroting van 2017, maar voor sommige ministeries voelt het meer als een troostprijs. Militaire vakbonden hebben dan ook laten weten niet tevreden te zijn over deze begroting. Problemen op het gebied van personeel, materieel, opleiding en training zijn niet met dit bedrag op te lossen. De krijgsmacht zou hierdoor zijn inzetgereedheid nooit het hoofd kunnen bieden, laat voorzitter Jean Debie van VBM weten aan het Leidsch Dagblad.

naamloos

Natuurlijk is het mooi dat er weer wat extra geld vrijkomt maar dit is nog steeds geen vetpot. Wij als NAVO-land dienen een norm aan te houden. Een norm die zegt dat er 2% van het Bruto Binnenlands Product (BBP) richting een orgaan als defensie moet. Wat blijkt, Nederland zit sinds 1993 onder de NAVO-norm. Hier rechts ziet u de top 20 van mindere jaren voor defensie. Maar waar resulteren deze cijfers nou in? (Cijfers 2014 en 2015 nog niet bekend. Bron: CPB)

Druppel op een gloeiende plaat
“€300 miljoen euro extra is natuurlijk altijd goed, maar het is eigenlijk een druppel op een gloeiende plaat. Om een organisatie als defensie weer op de rails te krijgen is er misschien wel drie keer zoveel nodig”, zegt Stijn, soldaat Luchtmobiel. “De tekorten zijn aan van alles en nog wat te merken. Zo maken wij veel minder vlieguren, schieten onze eigen oorlogsvoorraden op en sommige moeten hun uitrusting, die voor andere doeleinden bedoeld is, passend maken. Een paar gasten moesten bijvoorbeeld, met een bout en moer, hun helm vastzetten. Dit om te voorkomen dat hun helm niet losging, tijdens de parachutesprong. Het was een schrijnend beeld dat er niet de juiste soort helmen voor deze gasten beschikbaar waren”, vervolgt hij een beetje lachend.

Helaas gebeuren er ook incidenten. Zo stortte in 2015 een Apache-helikopter neer in Mali. Beide inzittende kwamen hierbij om het leven. Volgens nieuwsberichten zou het gaan om technische problemen. Verschillende verhalen doen de rondte, maar alle wijzen op het materiaal. De Nederlandse krijgsmacht heeft op moment meer voertuigen die fungeren als donor dan voertuigen die daadwerkelijk inzetbaar zijn.

Alles wijst erop dat de Nederlandse krijgsmacht niet meer naar behoren kan functioneren. Als er geldbomen op Nederlandse bodem groeiden, zou er vast en zeker meer geld naar onze defensie gaan. In 2015 schreef Hennis, in het jaarverslag, dat we niet meer in staat zijn om eigen grondgebied en volk te verdedigen. Schijnbaar wordt deze trend doorgezet wat sommige gedachten doet oproepen. Defensie heeft net als op 10 mei 76 jaar geleden modern en goed materiaal, maar is simpelweg te klein om haar doelstellingen waar te maken.

 

 

Geweest maar niet vergeten
Mevrouw Klijn en de heer Joosten waren kind toen de oorlog begon op 10 mei 1940. Tegen de tijd dat de oorlog voorbij was waren ze pas vijf jaar ouder maar noodgedwongen een stuk volwassener. In dit audiofragment vertellen zij over hun herinneringen.