Buitenlandstages; voor het hbo en universiteit heel normaal, mbo echter niet. EP Nuffic, een organisatie die zich bezighoudt met internationalisering in het onderwijs, wil daar verandering in brengen. Onder de hbo- en universiteitsstudenten heeft ruim een op de vijf een buitenlandervaring, op het mbo is dit 5,6 procent. Volgens EP Nuffic is een buitenlandervaring een goede voorbereiding op hun toekomstige baan. 

“Zowel voor hbo- als mbo-studenten is het goed om in het buitenland ervaring op te doen”, zegt Anne Lutgerink, persvoorlichter van EP Nuffic. ”Als zij klaar zijn met hun studie, zie je dat ze vaak in een internationaal bedrijf terechtkomen of te maken krijgen met collega’s uit andere culturen. Dan is het heel waardevol om te weten hoe je daar mee om moet gaan.” De organisatie hoopt in 2020 dat 6 procent van alle mbo-studenten een stage of studie volgt in het buitenland.

Geen plaats
Voor niveau 1 en 2 op het mbo zijn er minder buitenlandstages en –studies. Lutgerink: “Dat komt vooral omdat de studenten hier vaak wat jonger zijn en de opleiding korter duurt. Dan is er vaak geen plaats om naar het buitenland te gaan.”

In Nederland
Voor zo’n buitenlandervaring hoef je niet per se over de grens. “Studenten kunnen bijvoorbeeld stage doen bij een internationaal bedrijf in Nederland. Daarnaast kunnen ze een deel van de opleiding tweetalig volgen. Dit wordt niet meegerekend in onze cijfers. Alleen studenten die langer dan twee weken in het buitenland verblijven voor hun studie zijn meegerekend.”

Ga toch weg joh!
EP Nuffic voerde in het voorjaar een campagne ‘Ga toch weg joh!’ om studenten voor te lichten wat de mogelijkheden zijn in het buitenland en wat de meerwaarde hiervan is. Door middel van gesprekken met docenten en studenten die EP Nuffic heeft gevoerd is onder ander gebleken dat ze graag concrete voorbeelden zien hoe leeftijdgenoten hun buitenlandreis georganiseerd en ervaren hebben.