De Nobelprijs voor de natuurkunde is dinsdagochtend naar de Britten Thouless, Haldane en Kosterlitz gegaan. Gerard ’t Hooft, hoogleraar natuurkunde aan de Universiteit van Utrecht, heeft zelf in 1999 de Nobelprijs voor de natuurkunde gewonnen. “Als je die prijs wint, dan heb je in het afgelopen jaar voor bijzondere ontwikkelingen in je vak gezorgd.”

De Nederlandse natuurkundige vertelt hoe hij de prijs heeft gewonnen. “Ik ben gespecialiseerd in elementaire deeltjes. Ik heb vooral onderzoek gedaan naar de zwaartekracht van elektrische magneten”, vertelt ’t Hooft. Omdat hij één van de natuurwetten heeft aangetoond, won hij de Nobelprijs voor de Natuurkunde.

Nominaties

Ruim drieduizend kandidaten worden voorgedragen door wetenschappers uit hun vakgebied. Ook oud-winnaars kunnen iemand nomineren. “De experts uit het desbetreffende vak gaan met elkaar overleggen. Als het merendeel de nominatie heeft goedgekeurd, dan bellen ze de kandidaat op. Ze overleggen met de kandidaat en als die zijn of haar nominatie accepteert, dan komt de kandidaat op de stemlijst te staan.” De nominaties worden niet bekendgemaakt. ’t Hooft weet zelf ook niet door wie hij in 1999 genomineerd is. “Het blijft speculeren, want echt zeker weten doe je het nooit tijdens het proces voor de Nobelprijs.”

Het winnen van de Nobelprijs is niet zomaar iets. “Ik heb al wel meerdere prijzen gewonnen, maar de Nobelprijs stijgt echt boven al de andere prijzen uit. Je wordt internationaal bekender en je krijgt een hoger aanzien in je vakgebied. Voor mij is de Nobelprijs een kroon op mijn werk.”