Aan het begin van het nieuwe jaar worden de landelijke en regionale sportprijzen uitgedeeld. Bij de landelijke variant lijkt naamsbekendheid steeds meer mee te tellen, maar regionale sportprijzen blijken de trend nauwelijks te volgen.

De prestaties van de topsporters lijken dus minder van belang, wat zorgt voor ophef. Dressuuramazone Anky van Grunsven schrijft in een column dat de prijs zich teveel laat meeslepen door de gunfactor van een topsporter en pleit daarom dat de sportprijs zou moeten stoppen. NOC*NSF reageert hierop: “We kijken naar de bekendheid onder het publiek. Zo is schaatsen mondiaal gezien minder vertegenwoordigd, maar het heeft wel een enorme impact in Nederland. De impact van een sport is moeilijk te meten, maar telt dus wel mee.”

Maar regionale sportverkiezingen lijken niks om bekendheid onder het publiek te geven. Loes Franken, voorzitter van de commissie sportverkiezingen Bergen op Zoom, verklaart: “Het is nou eenmaal een sportprijs. Als iemand bekend is, wil dat nog niet zeggen dat diegene ook het beste gepresteerd heeft.” Ook de Zeeuwse sportprijs richt zich op prestaties, met een aanvulling over sportdichtheid: “De 100 meter sprint is lastiger te winnen dan een medaille in jiu jitsu, omdat sprint meer deelnemers heeft. Dat is iets waar we naar kijken bij het verdelen van de prijzen”, aldus Gerben Schram, organisator van de Zeeuwse Sportprijs.

Voor meerdere sportprijzen is dus het belangrijkste criterium dat een sporter gepresteerd heeft, en het liefst meerdere (olympische) medailles heeft binnengesleept. Een uitzondering op deze regel is Eindhoven. Voor hun SportAwards heeft het publiek namelijk 49% invloed op de uitkomst. John Heijster legt uit dat bekendheid dan wel degelijk belangrijk is: “De zwemploeg van Eindhoven was op sociale media veel actiever dan bijvoorbeeld PSV en de hockeyploegen. Ze hebben zichzelf daarmee op de kaart gezet, en kregen meer stemmen binnen.” Een ander bijzonder criterium in Eindhoven: “De maatschappelijke betrokkenheid van een sporter of team vinden we erg belangrijk. Een voorbeeld daarvan is het actief zijn voor een goed doel.” De vakjury bepaalt voor 51% de uitkomst, en richt zich wel op de prestaties van een sporter.

Dat het veranderen van criteria meteen een reden is om te stoppen met de sportprijs, vindt organisator Angela Verkerk van de Dordtse sportprijs te drastisch. De sportprijs zorgt namelijk voor motivatie: “We huldigen de beste sporters, en willen jonge sporters inspireren om de beste te worden. We krijgen veel aanmeldingen, en jonge sporters geven vaak de motivatie olympisch niveau te willen behalen. Dat vinden we erg belangrijk.”

De column van Anky van Grunsven maakt duidelijk dat zij het niet meer pikt. Zullen meer sporters haar daarin volgen?