Door: Jim Grondijs & Emily van Kleunen

Het International Film Festival Rotterdam (IFFR) zet heel de stad op z’n kop: wanneer je het centrum in loopt, zie je overal witte vlaggen met daarop het logo van het festival. In alle bioscopen – Pathé, Cinerama, enzovoort – kun je de bijzondere creaties zien van filmmakers uit de hele wereld.

Short films, documentaires, duistere animatiefilms en speelfilms worden er allemaal vertoond op het witte doek. Je kunt er niet omheen. Voor het centraal station is een grote, gekleurde opblaasballon te vinden en op het station zelf kunnen filmfanaten hun hart ophalen in een open minibioscoop. Kortom: ga je naar Rotterdam deze week, dan ontkom je niet aan dit internationale festival voor bijzondere en aparte films die je normaal niet zo snel zou zien.

Het filmfestival is een broeiplek voor creativiteit. Iedere dag komen er weer nieuwe filmmakers aan bij de Doelen, de locatie waar alles georganiseerd wordt. Regisseurs, producenten en journalisten komen uit landen als Brazilië, Argentinië en Canada en volgen allemaal hun eigen filmprogramma, terwijl hun eigen film soms ook nog vertoond wordt voor het publiek. Directeur Bero Beyer vertelt over het reilen en zeilen van het festival.


Verschillende films

Er is een filmprogramma samengesteld op het IFFR. In het programmaboekje staat welke film waar wordt vertoond en waar het werk over gaat. Dat er veel uiteenlopende films te zien zijn, is een feit. Zo is er Nocturama, een Franse film met een actuele grondslag die gaat over een groepje Franse jongeren die een aanslag beramen. Regisseur Bertrand Bonello laat hiermee de aanslagen zien vanuit een andere invalshoek. Zijn film ging in première op het filmfestival in Toronto. Dan is er ook Quality Time, bedacht en gemaakt door Daan Bakker en producent Iris Otten. Het werk gaat over vijf jongemannen die ‘worstelen met het leven’, zoals Otten dat zegt. Je kunt de kwetsbare personages volgen in vijf verhalen, die met elkaar verweven zijn. De film zorgt met haar ongewone stijleffecten voor nieuwsgierigheid, maar roept tegelijkertijd intieme gevoelens op. Maar hoe kom je nu precies op zo’n idee? Regisseur Bakker vertelt in onderstaande video over zijn inspiraties en drijfveren. Otten vertelt over de film zelf en over het denkproces dat eraan vooraf ging.

Het idee van de film Quality Time ontstond uit Bakkers eigen, melancholische gevoel. Ook verwondering was een motief. Welke motieven zijn er eigenlijk nog meer om zo’n werk te creëren? Wat zet mensen nu precies aan om een film te maken? Cultuurpsycholoog Dick de Ruijter: “Als een verhaal niet af is of niet klopt, dan hebben we de neiging om daar een verhaal over te maken. Denk bijvoorbeeld aan het einde van de wereld. Een thema waarvan we niet weten hoe het eruit ziet. Het roept vragen op: wat zou ík doen als de wereld zou vergaan?” Ook nieuws kan volgens De Ruijter een aanleiding zijn om een film te maken. “Kijk bijvoorbeeld naar de bomaanslag in Brussel. Kranten stonden er bol van en we vragen ons af wat we zelf zouden doen op zo’n moment. Hoe bereiden we ons voor? Er is bezorgdheid; vanuit die hoek kan een nieuw verhaal ontstaan.” Zo zijn er nog andere motieven, maar in het algemeen stelt De Ruijter dat verhalen ontstaan door je gevoel en de manier waarop je daarmee omgaat. “Dus, stel dat de samenleving verwacht dat je van één persoon houdt, maar dat lukt niet. Op dat moment klopt je ervaring niet met het gevoel dat je hebt. Het plaatje klopt niet. Dat kan een aanleiding zijn om een film te maken.”

Een uitspraak van Daan Bakker op het IFFR, was: “Hoe minder je weet over de film, hoe meer je er zelf bij gaat verzinnen.” Maar hoe gaat dit denkproces eigenlijk precies? Kunnen films de denkwijze en het gedrag van mensen beïnvloeden? De Ruijter: “Films nodigen inderdaad uit om zelf ook zo’n verhaal te maken. De kijker is op dat moment niets anders dan de regisseur.” Volgens de cultuurpsycholoog ga je als het ware écht mee investeren in de film, als je persoonlijk geraakt wordt door het thema. Maar iedereen investeert volgens hem op een andere manier in de film. Als je bijvoorbeeld met vrienden kijkt en je achteraf de film bespreekt, dan zal je merken dat iedereen het verhaal anders beleefd heeft. “De film is onderdeel van de verhalenfabriek die wij als mensen zijn”, aldus de Ruijter.

Van de talloze films die gemaakt zijn, is er een aantal dat eruit springt. Filmmakers willen namelijk vaak ook iets bereiken bij mensen. De films hebben een maatschappelijk probleem aangekaart, veroorzaakten juist een probleem of zijn zo inspirerend dat ze een plaatsje verdienen in de onderstaande tijdlijn. Je kunt hier de meest toonaangevende films bekijken.

?

Filmmakers willen volgens De Ruijter meedoen in het rationele debat, maar het is de vraag of dat wel werkt. Hij vertelt dat er op dit moment veel aandacht is voor de ‘zwarte’ film, ook op het IFFR. Discriminatie is volgens hem een thema dat iedereen raakt. “De gekleurde Nederlander voelt zich ongemakkelijk en de blanke Nederlander voelt zich ook ongemakkelijk, door het verwijt dat hem opgelegd wordt. Dat schuurt, het doet pijn. In zekere zin kunnen we het racismedebat met films niet oplossen, maar films kunnen wel zorgen voor nieuwe inzichten. Door inzicht te krijgen in het leven van de ander, ontstaat er meer empathie voor diegene en op dat moment kan een film je dus helpen het conflict te overstijgen. Je creëert dan een betere ondergrond om bijvoorbeeld afspraken met elkaar te maken.”