Het bier gaat weer rijkelijk vloeien en in de kroegen wordt al flink gehost. Aankomende week wordt er ‘onder de sloot’ weer carnaval gevierd. Bij het feest komt alleen veel meer kijken dan vier dagen zuipen en polonaises. Er wordt ieder jaar namelijk ook een Prins Carnaval en een Raad van Elf aangewezen. Een traditie waar veel bij komt kijken.

Deze carnavalstradities verschillen per stad, maar in het Zeeuws-Vlaamse dorpje Ossenisse heeft carnaval wel een hele aparte traditie. Volgens Peter Hiel, secretaris van carnavalsstichting De Ossenkoppen, verschilt het niet veel met andere dorpen en steden. “We hebben een carnavalswagen en doen hetzelfde.”

 “Wij doen wel mee met het totale plaatje; we gaan naar de gemeente voor de sleutel en vieren carnaval, net als de rest. Wij hebben alleen een prinses in plaats van een prins en een Raad van elf vrouwen.” Terwijl de rest van de carnavallers haring hapt doen ze in Ossenisse iets dat ook nergens anders gedaan wordt. “Carnaval eindigt bij ons een week later. We hebben een eigen carnavalsafsluiting en in de vastentijd lopen we nog optochten.”

Op zaterdag 4 maart, wanneer de Brabanders en Limburgers uitkateren, gaat de vrouwelijke Raad van Elf bij zieken en 80-plussers langs. Hierbij overhandigen zij ook een kleine, nog onbekende attentie. De dag daarna hebben de Ossenissenaren ook nog een Limonadebal en verkleedwedstrijd waarmee het kindercarnaval in wordt geluid. De Ossekoppen vieren deze carnaval hun 28-jarig bestaan en zo ook hun aparte traditie.

Oorsprong
Niet overal in Zeeuws-Vlaanderen wordt carnaval gevierd. Oost Zeeuws-Vlaanderen is katholiek, daar wordt het door vrijwel alle dorpen gevierd. Het midden is gemengd en in west Zeeuws-Vlaanderen zijn er een paar dorpen.

“Dit is bepaald door de grenzen tussen de protestanten en de katholieken die tijdens de 80-jarige oorlog zijn ontstaan”, vertelt Hiel. “Ons dorpje telt maar 300 mensen.” Dit betekent niet dat er geen animo is voor de Raad van Elf. “Iedereen in de Raad van Elf zit er al 25 jaar in. Dit jaar hebben we wel een uitzondering gemaakt; twee aspirant-leden. Elke vrouw heeft verschillende taken en ook verschillende dagen dat zij carnaval komen vieren. De oude garde wil lid blijven en de jeugd doet ook mee. Iedereen krijgt een plekje bij ons carnavalsfeest.”

Feest veroveren
De Prins kan gezien worden als de BN’er van het carnaval. Samen met zijn hofdames en nar verovert hij elk feest en elke optocht. Toch wil het per dorp nog weleens verschillen wie de leiding neemt.

Ik wil zo veel mogelijk Smulnarren vrolijk krijgen

Paul Oudenhooven is dit jaar voor het eerst Prins Carnaval in Kaaiendonk (Oosterhout).  Een functie die je niet zomaar toegewezen krijgt. “Het worden van Prins Minus XIV heeft hem heel veel flessen Schrobbelèr gekost”, grapt Jack Erlings, secretaris bij de Oosterhoutse Carnavalsstichting (OCS) De Smulnarren.

Typecasting
Hoe hij precíes is gekozen weet Oudenhooven niet, omdat er een geheimhouding is binnen de stichting. “Er zijn wat commissies en mensen, waarvan we overigens niet precies weten wie dat zijn. Zij doen een groot deel van de typecasting. Welke persoon zou voor kunnen gaan in de leut en het hele volk kunnen enthousiasmeren?”

Gevraagd
Oudenhooven loopt al een tijdje mee in de Oosterhoutse Carnavalsstichting, wat waarschijnlijk de belangrijkste reden is waarom hij is gekozen als Prins Carnaval. “We kennen ook al een groot deel van de gewoontes, gebruiken en tradities.” Daarnaast organiseerde hij met een groep het zogenoemde Smulnarrenbal, een voorfeest voor iedereen uit Kaaiendonk. “Waarom we precies gevraagd zijn, zal toch een beetje de vraag zijn.” Volgens Erlings heeft het karakter van de prins ook duidelijk meegespeeld. “De uitstraling, het positieve. Dat is denk ik een belangrijke overweging geweest.”

Glimlachen
In zijn regeerperiode wil Oudenhooven zo veel mogelijk Smulnarren – inwoners van Kaaiendonk – vrolijk krijgen. “Dat klinkt heel basaal. Daar kunnen we iets heel groots van maken, maar dat is het uiteindelijk wel.” Met zijn Raad van Elf is hij hier de kartrekker in, maar hij doet dat niet alleen. “Dat doen alle kapellen, verenigingen en kroegeigenaren. Zélfs de carnavalsvierders. Dat doen ze door maar één ding te doen: ruimschoots en heel veel, vier dagen lang, te glimlachen. Als je dat doet, dan krijg je die vanzelf weer terug en maak je elkaar vrolijk.”

Oudenhooven heeft een drukke agenda als Prins Carnaval. Hieronder een overzicht van zijn zaterdag en zondag.

Jeugdprinses met Kinder-Gevolg
De rol van jeugdprinses Carnaval in Oosterhout is dit jaar voor Nienke Blom. Als Prinses Kaaike XIV, Jonker der Kinderkopkes, Beschermer van de Snotnarrekes en Snotnarinnekes, zal ze tijdens het feest met haar Groot-Kinder-Gevolg de baas zijn over de kinderen van ‘Kaaiendonk’. Een grote verantwoordelijkheid voor een meisje van elf.

OCS De Smulnarren begeleidt Nienke en haar Kinderraad van Elf daarbij. Ook wordt ze ondersteund door Oudenhooven.

Vrijwel elke carnavalsprins heeft een Raad van Elf. Ze gaan en staan waar Prins Carnaval ook is. Jan Smulders, voorzitter van de Raad van Elf van Kruikenstad (Tilburg), vertelt hoe het is om de prins te begeleiden.

 Wat doe je als voorzitter van de Raad van Elf?
“In Kruikenstad betekent het dat je een soort van ceremoniemeester bent. We zitten met 40 tot 45 man in een bus voor een periode van twee weken. Mijn taak is om er voor te zorgen dat alles lekker gaat en dat alles op tijd gebeurt. Ik moet zorgen dat de raad en de prins weten waar ze moeten zijn en ik zorg voor bier in de bus.”

Wanneer begint carnaval voor jou?
“In mei gaan wordt bepaald welke raadsleden we vragen om bij raad van elf te komen. Vanaf oktober wordt het pas iets drukker. Ik zorg  dat we op pad kunnen in oktober. De raadsleden zijn dan nog geheim, want die worden pas op 11 november bekend gemaakt. We moeten ze vertellen hoe alles werkt, protocol doornemen, enzovoort. Zo worden ze klaargestoomd voor 11 november.

Wat betekent carnaval voor jou?
Ik ben opgegroeid tijdens het carnavalsfeest. Als klein kind ging ik al mee naar de kroeg. Mijn ouders zijn niet zo’n heftige Kruikenzeikers als ik. Dat heb ik zelf ontwikkeld. Ik heb veel te danken aan dit feest. Ik heb mijn vrouw leren kennen tijdens carnaval en ik heb mijn werk er aan te danken. Sinds mijn 18e zit ik al bij carnavalsstichtingen en dat was voor mij de eerste stap richting het organiseren van evenementen.”

Hoe is het om voorzitter van de Raad te zijn?
“Het is bijzonder. Het is aan de ene kant hard werken, maar je maakt dingen mee die je als ‘niet voorzitter’ niet mee maakt. Het mooiste voorbeeld is niet heel lang geleden, hoogstens een paar jaar. We stonden aan het sterfbed van een grote carnavalsfan met de prins, adjudant en ik. De man wilde ons daar voor een laatste keer ontvangen. Je krijgt niet uitgelegd wat voor impact dat heeft.”

Wat vind je het leukst aan deze functie?
“Het allerleukste vind ik de verbroedering onderling. Je begint met een aantal nieuwe mensen en door het seizoen heen leer je elkaar heel goed kennen. Je wordt maatjes en deelt lief en leed met elkaar. “

Wat vind je het minst leuk aan deze functie?
*Begint te lachen* “Wat een kutvraag. Er zijn twee dingen. Ten eerste moet de voorbereiding goed zijn. Je moet zorgen dat je op tijd bent en dat alles georganiseerd is. Het is ook minder leuk als we veel gas moeten geven als we achter op schema lopen.”

In de aanloop naar carnaval heeft de Prins het druk met bezoekjes en toespraken. De kerkdienst en bekerteruggave in Boemeldonck (Prinsenbeek):

 

Marjolein Hockers maakt al een aantal jaren het prinsenpak voor de Prins van Lampegat (Eindhoven). Zij vertelt hoe het is om zo’n pak te maken en hoe het tot stand komt. Ze is getrouwd met Gilbert Hockers, de vorige Prins van Eindhoven. Hij vertelt wat hij van haar pakken vindt.

Door: Kasper Wienk, Merel Knoth en Niek de Bruijn