Scheidsrechters in de Eredivisie krijgen het weer een stukje makkelijker: vanaf het seizoen 2018/2019 beschikt iedere wedstrijd over een videoscheidsrechter.

Dat maakte de KNVB donderdag bekend. Hiermee is Nederland het eerste land dat definitief met de nieuwe techniek aan de gang gaat.

Nederland is internationaal gezien een voorloper op het gebied van videoarbitrage. In geen enkel ander land wordt, behalve de doellijntechnologie, gebruik gemaakt van de ‘videoref’.

Voorbij de experimentele fase

De videoarbitrage in ons land zit dit seizoen nog in een experimentele fase. Zo nu en dan wordt de veldarbitrage bijgestaan door een busje met wedstrijdleiders die gebruik kunnen maken van technische middelen. Vanaf het seizoen 2018/2019 maakt het systeem dus zijn definitieve intrede in de Eredivisie. De doellijntechnologie is naar verwachting nog niet in elk stadion geïntegreerd.

De wedstrijden in de KNVB Beker dienen dit seizoen als testpodium. Zo keurde scheidsrechter Kevin Blom tijdens de bekerwedstrijd tussen AZ en Cambuur Leeuwarden een doelpunt in de 94e minuut af. Op aangeven van de videoscheidsrechter herzag Blom zijn eerdere beslissing om het doelpunt goed te keuren.

Voor velen is deze techniek een zegen voor de sport. Maar dinsdagavond was het toonaangevende voorbeeld dat we nog niet op ieder podium zover zijn. Zelfs niet in de kwartfinale van de Champions League, een wedstrijd waar ontzettend veel belangen en bovendien miljoenen euro’s op het spel staan.

De internationale voetbalwereld schreeuwde moord en brand om een videoscheidsrechter na de rampzalige arbitrale vertoning bij Real Madrid – Bayern München. De clash tussen de twee voetbalgiganten leidde tot ongenoegen en verslagenheid.

Bram Groot, persvoorlichter van de KNVB, spreekt stellig over de toenemende hunkering naar videoarbitrage. ”Wij geloven al jaren in het nut van videoarbitrage. Dat is na dinsdagavond niet anders. Zo’n wedstrijd ligt onder een vergrootglas, dat maakt het voor de arbitrage extra lastig.”

Ergernis

Willem Vissers, sportverslaggever voor De Volkskrant, zette in het verleden regelmatig vraagtekens bij camera’s langs de lijn, maar lijkt langzaam overstag te gaan. ”Ik erger me té veel. We spreken over de Champions League als de beste competitie, maar qua arbitrage is het dramatisch. Dat moeten we óf accepteren, óf we moeten er iets aan doen.”

Vissers benadrukt dat er eerst concrete afspraken moeten worden gemaakt, voordat we met de technische middelen kunnen experimenteren.  ”Wat ga je meten? Alleen buitenspel, of ook hands? Als dat helder is, kun je het internationaal voorzichtig invoeren bij competities waar minder belangen op het spel staan, in een tweede divisie bijvoorbeeld.”

De maat vol

Het was niet de eerste keer dit seizoen dat een duel in de Champions League een zwart randje kreeg door falende leidsmannen. Scheidsrechter Denis Aytekin was ook al de kop van Jut na zijn optreden in de 6-1 overwinning van FC Barcelona op PSG.  Voor veel mensen was de maat na dinsdagavond vol.

“Ik zou er eens mee experimenteren om buitenspel af te schaffen. Buitenspel en penalty’s vormen samen zó veel problemen, die kun je eigenlijk simpel wegnemen. Ik zou het weleens willen zien”, aldus Vissers, die niet denkt dat het niveau van scheidsrechters gedaald is. ”Die hebben toch ook gewoon hun opleiding gehad? Het is wel frappant dat er soms wel vier, vijf man op de achterlijn staan. Die zien nooit wat. Dat wordt dan wel erg vervelend en irritant. Onbevredigend vooral.”

Buiten Nederland is het systeem bij verschillende oefeninterlands al getest, evenals het WK voor clubteams. In competitieverband bleef het tot nu toe uit. ”Het is aan de internationale spelregelcommissie IFAB, dat valt onder de FIFA, om de video-assistent officieel in te voeren. Wij als KNVB delen momenteel onze bevindingen met de IFAB en de FIFA”, besluit Groot.