Afgelopen nacht 3 oktober is er in Berlijn een bom van 250 kilo onschadelijk gemaakt. Hierbij werden tienduizend mensen geëvacueerd. Per jaar worden er in Nederland ongeveer 2.500 explosieven uit de Tweede Wereldoorlog ter ontploffing gebracht in Nederland. Hoe gaat zo iets te werk en waarom gaat het bijna nooit mis?

Dirk van de Vleuten, general manager bij Bodac. Een bedrijf gespecialiseerd in het ruimen van explosieven zowel op land als op zee. Hij verklaart: ‘’In de Nederlandse wet staat dat iedereen veilig zijn werk moet kunnen doen. Werken in een op explosieven verdachte bodem is dus niet veilig. We gaan dan aan de hand van een historisch vooronderzoek kijken wat de kans is op een explosief in de grond. Dit doen we doormiddel van onder andere luchtfoto’s uit de oorlog. Als we dan een vermoeden hebben dat er daadwerkelijk een explosief ligt, gaan we het gebied scannen. Uit deze scan komen verdachte objecten die vervolgens door BODAC gecontroleerd worden benaderd, geïdentificeerd, tijdelijk veiliggesteld en overgedragen aan de EODD ter vernietiging.’’

Dodelijke ongevallen zijn wel eens voorgekomen bij het gecontroleerd aangraven van een bom. In Nederland komt het nagenoeg nooit voor dat er een gewonde valt. Van Vleuten heeft hier een verklaring voor: ‘’In Nederland zijn we bewust bezig met de risico’s. Daarnaast is het zo dat er in bijvoorbeeld Duitsland meer bommen zijn gevallen dan in Nederland; De kans op een ongeval is daar dus ook groter dan hier.’’