De Hoge Raad heeft vanmiddag het advies van de Advocaat-Generaal in de zaak rond de Bredase restaurantmoord naast zich neergelegd. Volgens Rolf Hoving, hoogleraar Strafrecht en Criminologie op de Rijksuniversiteit Groningen, is dit opmerkelijk.

De Hoge Raad gaat niet mee in de argumentatie van Advocaat-Generaal Alex Hartveld. Hij voerde aan dat er onvoldoende overtuigend bewijs was voor de veroordeling van de zes verdachten. “De Hoge Raad is erg terughoudend geweest in het vellen van een vonnis”, aldus Hoving.

Hoge Raad vs. Advocaat-Generaal
“De Advocaat-Generaal heeft een andere insteek gekozen dan de Raad, daar valt zeker wat voor te zeggen”. De Advocaat-Generaal voerde aan dat twijfels over de veroordeling van de verdachten niet konden worden weggenomen. De Hoge Raad oordeelde dat het Hooggerechtshof Den Haag voldoende heeft beargumenteerd dat de nieuwe bewijzen, niet genoeg zijn om de ‘Zes van Breda’ vrij te spreken.

Bloed en getuigen
De Bredase restaurantmoord werd in 2015 opnieuw behandeld door het Hooggerechtshof, omdat door de verdediging werd aangevoerd dat de bloeddruppel die op de plaats delict is aangetroffen nooit meegenomen is als bewijs. De bloeddruppel behoorde tot geen enkele verdachte. Het Hof oordeelde dat de bloeddruppel niets te maken heeft met het delict. Ook de twee getuigenverklaringen, die oorspronkelijk niet mee zijn genomen in het dossier, werden door het Hof niet gezien als voldoende bewijs voor de onschuld van de verdachten.

Foto: pexels.com