Iedereen die ooit in een voetbalstadion is geweest kent het wel: het programmaboekje. Sommigen lezen het, anderen maken er papierenvliegtuigjes van en een enkeling neemt het boekje mee naar huis. De zeventigjarige John Chapman behoort tot de laatste categorie.

De nieuwsredactie zocht hem op bij het stadion van Dagenham & Redbridge, waar zijn verzameling staat uitgestald in twee kleine kamertjes onder de tribune. De oud-geschiedenis leraar is vrijwilliger bij de club. Bij binnenkomst weet John al dat we langskomen en heeft hij specifiek programmaboekjes die iets met Nederland te maken voor ons klaargelegd. Hij begint meteen over de verloren WK-finale van 2010. “Ik heb speciaal voor jullie het programmaboekje van de WK-finale van 2010 gepakt, maar daar beginnen we maar niet over“, lacht hij.

John is bijna twintig jaar geleden begonnen met verzamelen. Zijn verzameling had volgens hem veel groter kunnen zijn, maar in 2012 was er een grote brand en is alles in rook op gegaan. Toch is hij door blijven verzamelen en zijn er veel fans langsgekomen om hem te helpen. Ondertussen telt de collectie alweer meer dan tienduizend boekjes en vaantjes. “Veel mensen hebben na de brand hun steun betuigd, door veel programmaboekjes te brengen.”

In de collectie zitten programmaboekjes die in verschillende talen zijn uitgebracht. Spaans, Italiaans, Nederlands noem het maar op en hij heeft het ergens liggen. “Deze twee kamers zijn gevuld met voetbalgeschiedenis van over hele wereld“, zegt John. “Mensen van over de hele wereld komen naar mij toe om programmaboekjes en vaantjes te geven.” Vol trots laat hij vaantjes van Real Madrid, AC Milan, Borussia Dortmund en Bayern München zien. “Het vaantje van Real Madrid is al ruim veertig jaar oud. Ze hebben nu al tien of elf keer de Champions League gewonnen. Op dit vaantje staan er maar vijf, zo oud is het dus.” Als laatste wijst John nog een speciaal vaantje aan. ”Dit vaantje van FC Tokyo heb ik laatst van een Japanner gehad. Ze komen echt overal vandaan en ik zie het graag. Ik wil op deze manier de voetbalgeschiedenis in leven houden.”

Alles van zijn verzameling is te koop. De omzet die John draait met zijn handel schenkt hij allemaal aan de club. “Alles is te koop zolang er maar de juiste prijs voor betaald wordt. Als iemand aardig tegen me is gaat er meestal nog wel wat van de prijs af “, grapt hij. Met de verkoop brengt hij geld op en zorgt er daardoor voor dat de club extra financiën krijgt. Deze inkomsten kunnen gebruikt worden voor de salarissen van de spelers of het opknappen van de tribune. “Ik schenk het geld aan de club en zij bepalen waar het naartoe gaat ”,besluit John

De kamers zijn verre van opgeruimd, vooral in de grootste kamer ligt het helemaal vol met boekjes. John kan nog maar net naar de achterkant lopen. Toch weet hij alles feilloos te vinden. Als we aan hem vragen naar het programmaboekje van de Champions-League finale van 2006, weet hij die in een mum van tijd te vinden. “Het is hier een klein beetje een puinhoop, maar gelukkig ligt alles op alfabet en weet ik het makkelijk te vinden. De verzameling is wel een beetje te groot voor de kamers. Ik hoop dat we binnenkort een betere ruimte kunnen vinden waar we alles overzichtelijk uit kunnen stallen.”

Elke collectie heeft natuurlijk een voorwerp dat er met kop en schouder boven uitsteekt. John weet meteen welk boekje het waardevolst is en laat hem vol trots zien. “Het programmaboekje van de WK-finale van 1966 vind ik het mooist. De handtekeningen van de doelpuntenmakers, Geoff Hurst en Martin Peters, staan er ook nog op. Helaas staat Bobby Moore er niet op, dat is wel de grootste speler die Engeland ooit heeft gehad. Dit boekje zou ik alleen wegdoen als er een heel goed bod komt.” Het is niet bekend hoe lang John nog door gaat met het verzamelen, maar aan zijn passie voor het voetbal is te zien dat hij er nog lang geen einde aan gaat breien.