‘Ik ben er fel tegenstander van’, vertelt advocaat Peter Plasman geïrriteerd. Hij is het oneens met het voorstel van Sander Dekker, minister voor Rechtsbescherming, om verschijningsplicht in te voeren. De invoering ervan zou betekenen dat een verdachte aanwezig moét zijn als een slachtoffer gebruikmaakt van zijn spreekrecht.

“Het onderscheid tussen verdachte en dader valt weg”, vindt Plasman. De verschijningsplicht zou bedoeld zijn om de positie van het slachtoffer te verbeteren, maar Plasman ziet er de toegevoegde waarde niet van in. “Waarom zou een verdachte op een zitting komen om een slachtoffer in de ogen te kijken? Alsof er al besloten is dat de verdachte schuldig is.”

De verdachte als dader
Daar waar het strafproces bedoeld is om te bepalen of iemand schuldig is, lijkt het volgens Plasman meer af te stevenen op een plek waar een slachtoffer zijn hart kan luchten. “Nu kunnen slachtoffers ook een advies geven over de straf, terwijl daar de rechter voor is bedoeld. Nadat bevonden is dat een verdachte schuldig is, is dat juist een mooi moment voor slachtoffers om vrijuit te spreken. Op die manier voorkom je dat een strafproces eventueel beïnvloed wordt.”

Plasman zou de verschijningsplicht een onverstandige keus vinden, omdat zo de verdachte uitgemaakt wordt voor dader. Hij constateert dat het voorstel van Dekker meer lijkt op een politieke stunt: “Het is makkelijk scoren als je de kant van het slachtoffer kiest. Met het beschermen van de rechten van een verdachte krijg je de handen van het publiek niet op elkaar.”

 

 

 

Tekst: Luke Thomas