De Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV) voor Bouwen en Wonen wil Nederlands als voertaal verplichten op de bouwplaats, zo luidt het voorstel voor de nieuwe bouw cao. De stijgende trend die zich de afgelopen jaren heeft voorgedaan als het aankomt op dodelijke ongevallen op de bouwplaatsen is hiervoor de aanleiding.   

Waar in 2015 nog negen dodelijke ongevallen plaatsvonden in de bouw, nam dat aantal in 2016 toe tot zestien en afgelopen jaar zelfs tot twintig slachtoffers. Ten opzichte van de jaartallen als 2010 (24) en 2013 (25) valt het aantal slachtoffers mee. ‘’Door de crisis werd er toen stelselmatig minder gebouwd’’, aldus inspectie woordvoerder Paul Q. van Der Burg van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) eerder in dit artikel.

Elk ongeluk één te veel

Woordvoerder Ron Sinnige van FNV Bouw en Wonen reageert echter stellig: “Er mogen hoe dan ook geen ongelukken gebeuren op de bouwplaats. Een taalbarrière belemmert de veiligheid.’’ Deze buitenlandse, vaak Oost-Europese, krachten worden ingehuurd door onderaannemers. Deze zijn samen met de zzp’ers medeverantwoordelijk voor de versnippering die de afgelopen jaren op de bouwplaats steeds zichtbaarder is geworden.

Eenduidige communicatie

Theo Scholte van de vereniging Bouwend Nederland benadrukt dat het niet puur door toedoen van buitenlandse krachten komt dat bouwplaatsen onveilig worden. ‘’Dat is onzin, het gaat hier om communicatie tussen allerlei verschillende mensen. Dus ook tussen die (specialistische) onderaannemers, zzp’ers en de hoofdaannemer. Vandaar dat we in de cao-besprekingen ook kijken of we iets kunnen opnemen over een eenduidige vorm van communicatie op de bouwplaats, waarvan de Nederlandse taal dus slechts een onderdeel is.

Een veiligheidsregisseur voor allen

Op verzoek van het ministerie zijn we in een werkgroep ook de mogelijkheden van een veiligheidsregisseur aan het verkennen.’’ Er wordt dan gekeken naar de juridische mogelijkheden, deze regisseur zou dan de bevoegdheid krijgen om in te breken op het gehele bouwproject. Die bevoegdheid om alle werkzaamheden stil te kunnen leggen leggen is op het moment slechts voorbestemd aan inspecteurs van de overheid.

Vervlogen tijden

De tijd dat er op de bouwplaatsen nog sprake was van één of twee grote aannemers is voorbij. Deze had(den) altijd een vaste veiligheidscoördinator in dienst. ‘’Een ander groot probleem is de hoge werkdruk die werkgevers soms op de schouders van de bouwvakkers leggen. Ze durven hier vaak niets van te zeggen en hierdoor hebben wij als FNV Bouwen en Wonen afgelopen jaar besloten een anoniem meldpunt in het leven te roepen’’, stelt Sinnige.  

Een cao zorgt wel zorgen voor duidelijkheid over haalbare en reële werkomstandigheden maar dit hoeft niet te betekenen dat dit in de praktijk zo nageleefd wordt. Sinnige: “Dat is ook een kritiekpunt van onzer zijde naar de overheid.’’

Van der Burg (SZW) stelt echter dat dit gewoon prioriteit is van iedere werkgever en -nemer. ‘’We kunnen niet op elke bouwplaats een controleur neerzetten, dat zou onhaalbare kaart zijn. Iedereen vindt veiligheid belangrijk, elke bouwvakker wil ’s avonds weer thuis met vrouw en kinderen eten en we hebben niet voor niets de Arbo.’’

‘’Ik werk veilig of ik werk niet.’’

Het is ook elke dag moederdag

Wanneer de werknemers een gevaarlijke situatie aantreffen tijdens hun werkzaamheden hebben ze volgens Scholte “het recht en ook zelfs de morele plicht om dat werk niet te doen! De stelling moet gewoon zijn: Ik werk veilig of ik werk niet!’’ Ook dit is een cao-voorstel.

De campagnedag ‘Bewust Veilig’ vindt sinds 2017 eenmaal per jaar plaats (derde vrijdag van maart). ‘’Ik vergelijk het altijd met Moederdag, je viert het een dag per jaar maar je houdt heel het jaar door van je moeder. Ofwel, elke dag ben je hier bewust mee bezig.’’ Scholte illustreert dit met het gegeven dat er afgelopen vrijdag 60.000 mensen op ruim 4000 duizend bouwlocaties bewust bezig zijn geweest met veiligheid. ‘’De urgentie wordt door alle betrokken partijen dus wel degelijk gevoeld.”