Lager opgeleiden stemmen minder vaak dan universitaire studenten. Volgens Paul Frissen, hoogleraar bestuurskunde aan de School voor Politiek en Bestuur van de Universiteit van Tilburg is het een groot probleem binnen onze democratie.

Landelijke- en gemeentepolitiek
Toch is het volgens Frissen begrijpelijk dat mbo’ers weinig animo hebben om te stemmen bij gemeenteraadsverkiezingen. “De meeste onderwerpen waar zij mee te maken krijgen, vallen onder de landelijke politiek. Denk aan onderwijs of bijvoorbeeld de zorg. De landelijke regering beslist over hun onderwijssystemen en vaak ook over hun toekomstige werkgevers.” Volgens Frissen ligt de reden om niet te stemmen bij gemeenteraadsverkiezingen bij het probleem dat de leerlingen van beroepsonderwijs simpelweg te weinig met plaatselijke politiek hebben. “De gemeente gaat vooral over plaatselijke problemen. Het enige wat een mbo’er daar mee te maken heeft is eventueel huisvesting. En zelfs daar twijfel ik aan omdat deze groep vaak nog bij ouders thuis wonen. Universitaire studenten hebben daar veel meer mee. Die hebben meer te maken met plaatselijke politiek omdat zij meer gebruik maken van bijvoorbeeld studentenhuisvesting of openbaar vervoer.”

Oplossing
Frissen vertelt dat het probleem grotendeels bij de regering zelf ligt. “De politiek is erg lastig te begrijpen. Er wordt veel in vaktermen gepraat. Dat is erg moeilijk te volgen voor de leek. Hier hebben niet alleen mbo’ers last van maar ook voor universitaire studenten is het een probleem. Het is wel zo dat universitaire studenten deze vaktermen eerder begrijpen.” Frissen vertelt dat het niet de bedoeling is dat de regering nu alles in jip-en-janneketaal moet uitleggen, dan zouden de leerlingen zich niet serieus genomen voelen.

Onderwijs
Om de politiek toegankelijker te maken pleit Frissen voor een aanpak binnen het onderwijs. “Het onderwijs zou meer aandacht aan politiek moeten besteden. Ik denk dat vanaf het moment dat je naar school gaat totdat je het onderwijs verlaat, het erg belangrijk is dat je wordt geleerd hoe onze regering werkt. Er zouden lessen over democratie, rechtspraak en staatsburgerschap moeten komen. Dit zou een belangrijke rol spelen in het stemgedrag van de jongeren.”

Frissen zegt dat Nederland een goed voorbeeld kan nemen aan landen als Frankrijk, Duitsland en de Verenigde Staten. “Deze landen hebben de eerder genoemde aspecten in hun onderwijssysteem zitten waardoor het politieke landschap gelijkgetrokken wordt. Daar kunnen we als land nog veel van leren”