Hij zorgt voor onrust en dwingt clubs tot beslissingen die niet altijd rationeel blijken. We hebben het over het ‘degradatiespook’, de metafoor die het schrikbeeld van degraderen in zijn totaliteit samenvat. Deze week leverde hij een pijnlijk bezoekje aan FC Twente. Waarom zorgt hij voor paniek op de plekken waar hij langskomt?

“Spelen tegen degradatie is zwaarder dan voor een titel of Europese beker”, opent Aad de Mos het gesprek. De trainer in ruste maakte alles mee in zijn carrière. Hij won landstitels en bereikte meerdere Europese finales. Vechten tegen degradatie bleek het lastigste. “Er is een enorme paniek binnen de clubs. De technisch directeur is in paniek, de Raad van Commissarissen is in paniek, de supporters zijn in paniek en de spelers voelen ook een enorme druk. De spelers moeten iedere wedstrijd winnen. Dat levert een ballast op en die voelen zij. Bij een gelijkspel of verlies gaan de supporters zich ermee bemoeien. Dan is het hek van de dam.”

Ook Albert de Jong erkent het bestaan van het degradatiespook. De Jong was tussen 2012 en 2017 voorzitter van Excelsior. De Rotterdammers bleven in die periode vrij van degradatie, maar moesten daar vooral in 2015 en 2016 flink voor knokken. “Het is een behoorlijk groot spook”, geeft hij aan. “Als je degradeert, gaat je begroting met veertig procent omlaag. Je sponsorcontracten geven kleinere bedragen, de vergoedingen van de KNVB worden lager en je ontvangt minder televisiegeld. Dat kan heel veel projecten stilzetten.”

Bezig met de toekomst

De Jong vindt het onvermijdelijk dat werknemers met grotere zorgen elke dag naar de club afreizen. Zij zien hun eigen positie in gevaar komen, omdat een degradant op sommige gebieden moet bezuinigen. “Mensen vragen zich af wat een degradatie voor hen betekent. Niemand is blij met de gedachte: goh, dan wordt mijn contract niet verlengd. Of: dadelijk heb ik als teammanager minder budget om goede pasta neer te zetten”, aldus De Jong.

Volgens De Mos hebben in de spelersgroep bovendien een aantal voetballers niet honderd procent hun focus erbij. “Er zijn wel eens spelers die geen zin hebben om te spelen. Die een weekje langer aan de kant blijven na een blessure. Ze willen niet meegenomen worden in het faalproces. Dan kan men als het fout gaat niet met de vinger naar hen wijzen”, aldus De Mos. “Of er zitten spelers in je elftal die al getekend hebben bij een andere club. Die transfer is al geregeld, maar nog niet bekend.”

Rust bewaren

De Mos vindt het van groot belang dat een club in degradatienood rustig blijft. Daarvoor is een dosis voetbalverstand in de leiding nodig. “Bij crisismanagement moet je door de situatie heen kunnen kijken. Zaken bespreken met elkaar en blijven communiceren. Bij FC Twente is dat bijvoorbeeld niet gebeurd. Men is daar ongeduldig geweest door in eerste instantie René Hake te ontslaan. Die man deed het in het begin hartstikke goed. Daarna ging het wat minder, maar ze stonden nog dik boven de streep. Dan had ik nog even gewacht als ik Twente was. De club is te vroeg in paniek geslagen. Dat geeft aan dat er niet zoveel voetbalknowhow in de club zit.”

Mag je dan nooit ingrijpen? De Jong zegt dat een ingrijpende beslissing op zijn tijd kan. “Bij ondernemen neem je risico’s. Maar je neemt alleen risico’s die je kan opvangen als het fout gaat. Je kan een gokje nemen door bijvoorbeeld een speler te huren. Dat soort risico’s kunnen goed uitvallen en slecht uitvallen. Het mag in ieder geval nooit jouw continuïteit in gevaar brengen. Je moet altijd de rust bewaren.”