Jonge schakers weten al op vroege leeftijd oudere tegenstanders te verslaan. Volgens Jeroen Bosch van de Koninklijke Nederlandse Schaakbond (KNSB) kunnen jonge schakers zich door de komst van de computer steeds vroeger specialiseren in de sport.

Benjamin Bok, een 23-jarige schaker uit Veldhoven, heeft zich als enige Nederlander geplaatst voor het WK schaken. Gisteren werd hij achttiende op het EK schaken. De beste 23 schakers van het toernooi mogen deelnemen aan het WK. Bok is niet de enige jonge schaker die het goed doet. De wereldranglijst staat vol met jonge namen.

De KNSB ziet dat schakers op jongere leeftijd toppen. “De sterkste Nederlander, Anish Giri, was op zijn 13e al grootmeester. Dat is heel jong om de hoogste titel te behalen”, vertelt Bosch.

Online informatie

Volgens Bosch is het schaaklandschap sterk veranderd met de komst van de computer. De huidige twintigers hebben hier van kunnen profiteren. “Schaken is een vroege specialisatiesport geworden”, vertelt hij. “Door de komst van de computer is het mogelijk om op jonge leeftijd meer ervaring op te doen. Alle informatie is op het internet verkrijgbaar. Dertig jaar geleden moest die informatie nog uit boeken en tijdschriften gehaald worden, wat natuurlijk meer tijd kost.”

Oefening baart kunst

Met de komst van de computer zijn ook de mogelijkheden om te trainen toegenomen. “Er bestaan veel goede computerprogramma’s om mee te trainen. Daarnaast kun je wereldwijd op ieder moment van de dag iemand uitdagen voor een potje online schaken.” Bok vertelde eerder aan de Nieuwsredactie dat hij hier ook gebruik van maakt.

Oefenen is volgens Bosch de sleutel tot succes: “Er zijn verschillende theorieën, niet alleen over schaken, maar ook over andere sporten, die stellen dat je tien jaar hard moet trainen om van beginner een expert te worden. Bij schaken is dat misschien nog wel meer.”