De bierprijzen verschillen enorm tussen Europese landen. In het ene land betaal je bijna tien euro en in het andere betaal je nog geen euro voor een halve liter. The Brewers of Europe houdt bij hoeveel bier EU-landen produceren en waar dat geld heengaat. 

Stedentrips zijn een populaire vorm van vakantie vieren. Bij een lang weekend in een stad vertoeven, hoort natuurlijk ook een lekker biertje drinken op het terras. Maar waar in Europa vind je het goedkoopste biertje? En waarom is het daar dan zo goedkoop?

Nederland behoort wel tot het duurde segment in Europa. Voor een halve liter betaal je in Amsterdam €5,40. Oost-Europese landen staan erom bekend dat je er goedkoop drank kunt kopen. Maar het duurst ben je toch uit in de Scandinavische landen.

Jelle Oosterveld | Nieuwsredactie

 

Verschil tussen landen
“Dat grote verschil tussen bierprijzen komt door de accijns en BTW die landen heffen”, vertelt Jan de Grave, woordvoerder van The Brewers of Europe. “Want naast de reguliere BTW heft de overheid daarnaast ook accijnzen op bier.” Dit bedrijf houdt alles bij wat er op de Europese biermarkt speelt. Een groot deel van het geld gaat uiteindelijk naar de regering.

Hieronder is het aantal brouwerijen te zien in Europa, in totaal 8490 brouwers. “Dat is een verdubbeling van tien jaar geleden. Er komen ongeveer per week wel 20 microbrouwerijen bij in Europa”, aldus De Grave.

In Europa wordt er jaarlijks veertig miljard liter bier gebrouwen, blijkt uit cijfers van The Brewers of Europe. Duitsland, Polen, Spanje en Groot-Brittannië zorgen voor de meeste liters. Nederland en België zijn daarentegen de grootste exporteurs in Europa.

Het verschil in Europa is erg groot. Waar je in Noorwegen €9,15 betaalt voor een pintje (0,5 liter), betaal je in Bulgarije €0,80. Er zit natuurlijk ook een verschil in of je in de hoofdstad van een land bent of daarbuiten. De kaart hieronder laat de gemiddelde prijs voor bier zien in de hoofdsteden.

Voor een goedkoop biertje kun je dus het beste naar Bulgarije. En het grote verschil in prijzen ligt dus vooral aan de BTW en accijns.