Eenwielers, piratenpakken en stelten. Scholieren halen werkelijk waar alles uit de kast om zich te kwalificeren voor het Nederlands kampioenschap mini-trampolinespringen. Maar er wordt niet getornd aan het basisprincipe: trampolinespringen.

Het is voor veel scholieren een lange zit. Ze wachten uren lang braaf op hun beurt. Ondertussen vliegen de chipszakjes en pakjes frisdrank je om de horen. Andere scholieren verruilen hun plek op de tribune voor een paar vierkante meter gymzaalvloer waarop ze hun acrobatische kunsten kunnen oefenen. Dat geldt ook voor Pleun Vestjens en Romy Kluijtmans van het Willibrord Gymnasium in Deurne. Ze zitten allebei op turnen en doen samen wat opwarmoefeningen langs de kant. “Wat het moeilijkst is?”, vraagt Romy zich hardop af. “De hoeksalto.” Pleun knikt bevestigend. “Dat vind ik ook.”

Scheurtje in meniscus

Scholen uit de hele regio komen samen in sportzaal de Peelhorst in het Brabantse Deurne om elkaar uit te dagen tijdens de Olympic Moves op het onderdeel mini-trampolinespringen. Dat gebeurt eerst regionaal en daarna nationaal. Het doel: scholieren meer laten sporten. Ook Celynne Frijters van het Carolus Borromeus College had dolgraag mee willen doen, maar door een scheurtje in haar meniscus kon dat niet. “Ik zit zelf op turnen, daarom ben ik anderen gaan helpen. Als een soort coach.” Dat deed ze samen met medescholier Kristie Klein Wolterink. Ze vond het een behoorlijke uitdaging om mensen zonder ervaring klaar te stomen voor deze kwalificatieronde. “We begonnen met wat eenvoudige oefeningen. Eerst een koprol, toen een steeksprong en daarna verhoogden we het niveau steeds een beetje.”

Groeps- en showspringen

Scholen kunnen zich dit jaar kwalificeren voor twee categorieën: groepsspringen en showspringen. Bij het groepsspringen worden alleen de sprongen beoordeeld. Deze categorie is een kopie van de officiële wedstrijdsport. “Het gaat dan vooral om de moeilijkheid van de sprong en de uitvoering daarvan. Bij showspringen gaat het meer om het ritme en de performance”, zegt jurylid Daisy Berkers van gymnastiek- en turnvereniging KDO Deurne. De showspringers bouwen hele acts rondom hun springoefeningen. Eenwielers, piratenpakken en stelten; niks is te gek.

Trainer Milan van Bree is vooral onder de indruk van de hoogte van de sprongen. “Veel scholieren zitten niet op turnen maar springen wel ruim twee meter de lucht in.” Dat geldt overigens niet voor iedereen. Volgens Van Bree is het verschil groot. “De ene springt meters de lucht in, de ander komt niet hoger dan tien centimeter.”
Als iedereen aan de beurt is geweest, breekt het spannendste moment aan. De scholieren horen wie er door morgen naar de landelijke competitie. Zelfs kinderen die even hun aandacht hadden verloren en een frisse neus waren halen op het parkeerterrein buiten de muren van de gymzaal, kwamen terug voor de uitslag. Uiteindelijk kon de jury negen scholen door laten gaan; zes scholen in de categorie groepsspringen en drie in de categorie showspringen. Sommige scholen kwalificeerden zich meerdere keren in dezelfde categorie.

En de winnaars zijn…

Het Kempenhorst College, het Willibrord Gymnasium, het Dr.-Knippenbergcollege, het Carolus Borromeus College en het IVO-Deurne door in de categorie groepsspringen. Het Dr.-Knippenbergcollege en IVO-Deurne kwalificeerden zich in de categorie showspringen.

De landelijke finale vindt plaats op vrijdag 8 juni.