Het is de stoute droom van veel tienerjongens en vaders: een drone. Maar dit onbemande vliegtuigje is behalve een graag gezien cadeau ook een prima object om mee te racen. En dat moeten de leerlingen van het Cobbenhagenlyceum in Tilburg ook hebben gedacht. Zij doen mee met de Drone Cup Finals – een nationaal dronekampioenschap voor scholieren.

Leerlingen zijn druk bezig met het uitkiezen van een partner voor het aankomende, laatste project. Op de tafels pronken laptops van een niet nader te noemen Amerikaanse fabrikant uit Redmond, een paar uitzonderingen daargelaten. En ondertussen houden twee docenten een oogje in het zeil. Wie het technieklokaal van het Cobbenhagenlyceum in Tilburg binnenloopt, heeft het idee getuige te zijn van een normale les. Niks wijst erop dat deze school krap 24 uur later de hoofdrol speelt op het landelijke dronekampioenschap voor scholieren. Op één ding na. De glazen vitrine met daarin een blauwe olifant. Geen olifant van huid en haar, maar eentje op schaalniveau. Zijn romp is gemaakt van karton en zijn slurf van koperdraad. Dit ogenschijnlijk natuurgetrouwe schaalmodel van het dier met slurf en slagtanden is eigenlijk een verborgen obstakel.

Wesley Weerts
Schaalmodel van hindernis: de olifant

Samen met een klasgenootje ontwierp ze deze olifant. “Ik wilde in eerste instantie een looping maken, maar daar kan een drone niet doorheen vliegen”, zegt Journey Verspeek. Zijn slurf doet dienst als tunnel waardoorheen de drones moeten vliegen. Ze is naar eigen zeggen dol op olifanten. “Het is bovendien veel origineler dan een looping”, zo besluit ze.

Op het nippertje

Het scheelde volgens Bas Bastiaansen niet veel of het Cobbenhagenlyceum had niet deel mogen nemen aan het dronekampioenschap. Hij bestuurt de drone samen met een andere scholier. “We streden in twee groepen. In eerste instantie vielen we buiten de top drie, daardoor mochten we niet meedoen.” Maar Bas had geluk. Omdat de andere groep minder goed presteerde en hun ontwerp van het obstakel zo goed was, mocht zijn school toch meedoen. “Een geluk bij een ongeluk dus.”

Extra zuur

Als het Cobbenhagenlyceum niet mocht deelnemen, was dat extra zuur geweest. Docent Leander Bouwens is ruim een jaar lang bezig geweest met de voorbereidingen van de race. “We moesten sponsors zoeken, subsidies aanvragen en scholen enthousiasmeren.” Dat laatste was volgens Bouwens niet heel erg moeilijk. Vooral havo- en vwo-scholen met technasium toonden al snel interesse. “Langzaam werd ons project groter en groter. Ook andere onderwijsniveaus werden bij de organisatie betrokken. Dat maakt het zo bijzonder.” ’s Ochtends zijn basisscholen aan de beurt, na de middag het voorgezet onderwijs. Studenten van de mbo-opleiding ROC Luchtvaart bouwen de parcours. Pabostudenten nemen de begeleiding van leerlingen voor hun rekening. “Zelfs bedrijven doen mee; ze helpen financieel of geven attributen weg.”

“De rest is goed, wij zijn beter”

Ondertussen hebben Bas en Journey de olifant waarmee ze de volgende dag naar de race gaan uit het praktijklokaal gehaald. Deze versie is een stuk groter dan het schaalmodel in de vitrine. Zo groot zelfs dat hij als een bouwpakket in elkaar gezet moet worden. Beiden hebben veel zin in de race. Toch schat Journey de kansen voor haar school niet zo hoog in. “Waarschijnlijk winnen we niet. Er doen zoveel mensen mee.” Bas is een stuk positiever. “De rest is goed, wij zijn beter.”