Topless zonnende dames, kussende homosexuele koppels op straat, festivals vol cocaïne en dansende jongeren. Je verwacht het niet, maar in Israël is er een plek waar dit de norm van de dag is. Die plek heet Tel-Aviv. Terwijl er in de Gaza-strook een eindeloze oorlog woekert, feesten de bewoners van deze stad er op los.

In 2017 trok Israël een recordaantal toeristen. De meeste toeristen bezoeken Jeruzalem, op de tweede plek staat Tel-Aviv. Terwijl toeristen de heilige stad bezoeken om zijn monumenten en architectuur, trekt Tel-Aviv toeristen aan om totaal andere redenen. Bezoekers komen voor de zonnige stranden, het wilde uitgaansleven en de gaypride. Deze typerende kenmerken van Tel-Aviv symboliseren de vrijheid en de zorgeloze manier van denken, precies wat de stad zo uniek maakt.

Het strandleven
Toeristen en locals, beiden komen ze naar het strand om te relaxen en te genieten van de zon. Mensen in boerka’s of Joodse kledendracht zijn er niet te zien. Wel alternatievelingen vol tattoo’s, beachboys met lang haar, meiden in de kleinste bikini’s (of zelfs zonder topje), strakke lijven en zoenende stelletjes.

Het uitgaansleven:
Je kunt niet naar Tel-Aviv gaan zonder te proeven van het nachtleven. Lokale student Itay neemt ons mee op stap en laat zien hoe het er hier ‘s nachts aan toe gaat.

Avital Levin organiseert kroegentochten voor verschillende hostels. Ze kan zelf niet genoeg krijgen van het nachtleven en weet precies wat de hotspots zijn. Zij vertelt ons meer over waarom het uitgaansleven hier zo aanwezig is.

De streetart:
Een ding dat opvalt aan deze stad zijn de kleurrijke muren. Op het eerste gezicht laat de vele graffiti de stad er verwaarloosd uitzien. Het lijkt wel alsof de hele stad een grote achterstandsbuurt is. Toch went dit. Vooral wanneer je ziet dat er in die versierde panden hippe koffietentjes, restaurants en kunstgalerieën zitten.

Volgens Ye’ela Ekkstein, organisator van graffiti-tours, is de streetart een manier van expressie. Dit laat opnieuw zien dat de bewoners in Tel-Aviv erg vrij zijn van meningsuiting. Toch zijn er  bijna geen kunstwerken te vinden over het conflict in Israël. In het audiostuk geeft Ekkstein hier een verder verklaring voor.

Het conflict blijft in de kunst niet totaal vermeden. Wie goed kijkt kan enkele politieke statements vinden. Het onderstaande kunstwerk heeft een speciale betekenis. Deze lichten we verder uit.

Op dit kunstwerk zien we aan de linkerkant een Israëlisch jongetje. Aan zijn zijde staat een Palestijns jongetje. Dit heeft de kunstenaar duidelijk gemaakt door de typerende kleding van de personages. Het Israëlische jongetje draagt schone kleren, maar het Palestijnse jongetje draagt oude en versleten kleren. Het is een politiek statement, want het duo staat met de rug naar ons toe. Volgens Ye’ela Ekkstein heeft dit kunstwerk verschillende interpretaties, maar heeft hoe dan ook te maken met de oorlog tussen Israël en Palestina. Het kan symboliseren dat zij samen met de rug naar de wereld toe staan en boos zijn. Of het betekent dat zij samen weglopen van het conflict en een betere plaats proberen te vinden op aarde.

Het tweede stuk dat verder uitleg nodig heeft is dit kunstwerk:

Het Jodendom bestaat uit twee verschillende stromingen. De mannen op deze afbeelding zijn elk van een andere stroming. Een van de belangrijkste regel in het Jodendom is naastenliefde. De kunstenaar van dit stuk vind dit hypocriet, omdat er onderling heel veel strijd is in het Jodendom. Met de kus wil de kunstenaar laten zien dat Joden ook naastenliefde naar elkaar moeten tonen in plaats van onderling strijden.

De gayscene
Elk jaar in juni komen er ontzettend veel toeristen naar Tel-Aviv voor misschien wel het grootste evenement van het jaar: de gaypride. Al maanden voor het zo ver is worden de voorbereidingen getroffen.

Het evenement is iets waar bewoners van Tel-Aviv het hele jaar naar uitkijken. In onderstaande video vragen we de eigenaar van de grootste gaybar van Tel-Aviv over de homoacceptatie. Ook vragen we hostel eigenaar Roger over de voorbereidingen die hij treft voor de gaypride.

De bubbel van Israël
In verschillende interviews die je kunt horen/zien in dit artikel, wordt Tel-Aviv door bewoners vergeleken met een bubbel. De stad is afgesloten van de rest van Israël, met een totaal andere levenswijze en manier van denken. Het lijkt alsof mensen in Tel-Aviv helemaal niet bezig zijn met de oorlog die gaande is aan de andere kant van het land. Is dit uit pure levensvreugde of ontkenning? Oud Midden-Oosten correspondent Willy Werkman vertelt ons meer.

Lees hieronder het interview met Werkman:

————————————————————————-

‘In the face of death, life is stronger’

Tijdens de 70-jarige verjaardag van de staat Israël op 16 mei protesteerden Palestijnen massaal. De Arabieren zijn woedend over de verhuizing van de Amerikaanse ambassade naar Jeruzalem. In Gaza vielen er tientallen doden tijdens de protesten. Voormalig KRO-correspondente Willy Werkman maakt het Midden-Oosten conflict al jarenlang van dichtbij mee.

Werkman vertrok op 25-jarige leeftijd naar Israël om reportages te maken voor het tijdschrift Libelle en is er als journalist blijven werken en wonen.
“Toen ik naar Israël verhuisde, kreeg ik onmiddellijk een baan als Midden-Oosten correspondent bij de KRO aangeboden. Het conflict tussen de Israëliërs en de Palestijnen was veel in het nieuws, dus ik kon meteen aan de slag.”

Rommelig, vrij en niet-religieus
Tijdens haar carrière bij de KRO woonde Werkman negentien jaar lang in Tel Aviv. Vanuit de moderne stad kon ze makkelijk afreizen naar andere locaties in het Midden-Oosten. “Tel Aviv is een rommelige, vrije en niet-religieuze stad. Dat maakt het zo makkelijk om er te wonen voor een westerling.”

Alert
Werkman is als correspondent vaak in gevaarlijke situaties geweest en heeft veel ellende gezien in de Gaza en vluchtelingenkampen. “Bang zijn heeft geen zin. Je moet je leven niet laten verwoesten door angst. Ik denk dat veel Israëliërs er ook zo over denken.”
Toch beseft de journaliste wel dat de risico op aanslagen in Tel Aviv reëel zijn. “Je moet niet naïef zijn. Ik ga bijvoorbeeld niet naar plekken waar kans op een aanslag groot is, zoals een winkelcentrum of een busstation. En ik rij ook nooit pal achter of naast een bus. Terroristen kiezen vaak die plekken voor een zelfmoordaanslag. Alert zijn, zit in je karakter als je in Israël woont.”

Willy vertelt: “Toen Saddam Hoessein president was van Irak, was de sfeer in Israël erg gespannen. De kans op een bomaanslag met zenuwgas was groot. Daarom hadden mijn kinderen en ik een speciaal pak dat ons daartegen zou beschermen. Ook moesten we vaak de schuilkelder in. Dat was ik na een tijdje zo beu, dat ik toch maar naar boven ging. Dan bleef ik dichtbij de telefoon en de televisie. Ik wilde aan het werk!”

Nog steeds hebben alle huizen in Tel Aviv een schuilkelder. Dat is verplicht.

Sterk, schuldig en hopeloos
Ondanks alle veiligheidsvoorbereidingen die getroffen zijn in de stad tegen terroristische aanslagen, merk je in Tel Aviv weinig van wat er gaande is in de rest van het land. Stranden liggen vol met zonnende mensen en kroegen hebben het ’s nachts druk met de vele feestgangers. Tel Aviv is een stad die nooit slaapt. Die onbezorgde sfeer heeft volgens Willy alles te maken met de oorlog die al 70 jaar woedt tussen de Israeliers en de Palestijnen. “In the face of death, life is stronger. Als je weet dat elke dag je laatste kan zijn, stel je niet uit naar morgen wat je vandaag kunt doen. Maar het is ook ontkenning. Veel jonge Israëliërs vinden het heel erg wat er met de Palestijnen gebeurt. Ze willen er niet over nadenken. Ze voelen zich schuldig en hopeloos.”