Rond de eeuwwisseling hadden de Nederlandse clubeigenaren nog een naam die je zonder controle op Wikipedia foutloos kon spellen. Karel Aalbers, Jorien van den Herik en Riemer van der Velde waren dé gezichten van hun club en regio. Tegenwoordig staan mannen als Wang Hui, Isitan Gün en Valeri Oyf aan het roer bij Nederlandse betaald voetbalclubs. Wij onderzochten of dit een gevaar of een zege is.

Roman Abramovich kocht de Engelse voetbalclub Chelsea in 2003. De steenrijke Rus zette daarmee een nieuwe trend in het voetbal. Steeds meer Europese clubs vielen in handen van een rijke buitenlandse investeerder. Het duurde niet lang totdat de trend naar Nederland overwaaide.

Welke Nederlandse clubs zijn in buitenlandse handen?

Waarom kopen buitenlandse investeerders een voetbalclub?

“We worden twee keer per jaar benaderd door een buitenlandse investeerder”, beweert Telstarvoorzitter Pieter de Waard. Ze komen uit landen waar de gemeente Velsen-IJmuiden niet vaak op de topografietoets verschijnt. “China, Saudië-Arabië, Rusland en nog wel wat andere plaatsen”, somt de Waard op.

Of clubliefde de belangrijkste reden is, betwijfelt Marjan Olfers. “Je kunt er vraagtekens bij zetten of Wang al jaren fan is van ADO, al moet je het nooit uitsluiten”, vertelt de hoogleraar sportrecht. “Geld verdienen aan een voetbalclub is in ieder geval een utopie. Een sportclub kost vaak alleen maar geld.”

Clubs worden ook gekocht om andere redenen. “Witwassen, fraude, corruptie en je kunt zo nog wel even doorgaan”, waarschuwt Olfers, die zich erover verbaast hoe makkelijk vermogende mensen hun intrede doen in een voetbalclub. ”Als mijn zoon met een dure jas binnenkomt, vraag ik: Hoe kom je aan dat geld? In de voetbalwereld is dat totaal anders. Iedereen is gewoon welkom.”

Vitesse eerste Nederlandse club

Vitesse was in 2010 de eerste Nederlandse club die in buitenlandse handen viel. Merab Jordania kocht 100% van de aandelen over van Maasbert Schouten. Bij zijn presentatie beloofde de Georgiër gouden bergen en een landstitel binnen drie jaar. Een valse belofte, bleek later. De Arnhemmers kwamen in buitenlandse handen nooit verder dan een vierde plaats.

Daarnaast deed Hollywood aan de Rijn afgelopen jaren zijn naam weer ouderwets eer aan na vele wisselingen in de clubleiding. Jordania bleek niet over genoeg financiële middelen te beschikken en deed de club van de hand aan Aleksandr Tsjigirinski , die op zijn beurt de club weer verkocht aan Oyf.

Postieve voorbeelden

Toch is Vitesse er wel op vooruit gegaan. De begroting is bijna verdubbeld en de club speelt mee in de subtop van de Eredivisie. Daarnaast beschikt de club sinds 2013 over een hypermodern trainingscomplex op Papendal en is de jeugdopleiding weer op poten gezet.

Fotoreportage Papendal
  • Buitenlandse clubeigenaren brengen niet alleen maar negativiteit. Deze korte fotoreportage laat de positieve kant zien van de buitenlandse overname bij Vitesse.

Ook Fortuna Sittard heeft na de overname van Gün stappen vooruit gezet. De Limburgse club kende zelfs jaren dat de envelop van de elektriciteitsrekening met hartkloppingen werd opengemaakt. Vorig seizoen promoveerde de club tegen de verwachting in naar de Eredivisie.

Negatief voorbeeld

Daarentegen ging buitenlandse inmenging bij provinciegenoot Roda JC een stuk minder goed af. Alexei Korotaev nam in 2016 20% van de aandelen over. De Rus werd gepresenteerd met veel bombarie en ambieerde zelfs Champions Leauge-voetbal, maar de investeerder belandde na een ongedekte cheque al snel achter de tralies in Dubai. Inmiddels is Korotaev weer op vrije voeten, maar zijn club is verder van het miljoenenbal verwijderd dan ooit. De Koempels spelen sinds dit seizoen in de Keuken Kampioen Divisie en verkeren in financieel zwaar weer.

Moeten we er blij mee zijn?

Kortom zijn er positieve en negatieve voorbeelden van buitenlandse investeerders in het Nederlandse voetbal. Ze kunnen de identiteit van de club in gevaar brengen, maar door financiële injecties kunnen ze clubs ook in hogere richtingen stuwen. Daarom houden we ons vast een uitspraak van Johan Cruijff: “Een zak geld kan geen doelpunt maken.”