Homoseksuele mannen in Nederland mogen alleen bloed doneren als zij minstens 12 maanden lang geen seks hebben gehad. De homoseksuele man wordt te allen tijde gezien als een risicogroep, maar is dat wel terecht?

In tegenstelling tot Groot-Brittannië, waar de wachttijd slechts drie maanden bedraagt, kunnen homoseksuele mannen veel sneller bloed doneren aan de bloedbank. Minister Bruins van medische zorg en sport toont interesse in deze kortere wachttijden, maar dit staat in contrast met het beleid van Sanquin, de organisatie die zorgt voor de bloedvoorziening in Nederland.

De groepssamenstelling

Merlijn van Hasselt, woordvoerder van Sanquin, geeft aan dat de risicogroep groter is dan alleen de homoseksuele mannen: “De regel slaat op iedere man die in een periode van 12 maanden seks heeft gehad met een andere man. Dit zijn naast de homoseksuele mannen ook de mannen die geëxperimenteerd hebben met andere mannen en zich niet per definitie identificeren als homoseksueel.”

Het risico

In de regel wordt er niet gekeken of deze mannen een vaste partner of veilige seks hebben. Volgens van Hasselt wordt er vanuit Sanquin altijd naar een groep gekeken en niet naar het individu. Hij geeft hierbij een voorbeeld van leeftijd. “Zodra een donor 79 wordt nemen wij altijd afscheid van deze persoon, zelfs als zijn bloeddruk en hart nog goed zijn. Want op deze leeftijd komen over het algemeen complicaties kijken bij het afnemen van bloed.”
Bij mannen die seks hebben met mannen is de kans op een infectie met HIV honderd keer groter dan bij mannen die seks hebben met vrouwen. Dit blijkt uit de statistieken van Sanquin. “Wij zien dit als een verhoogd risico en daarom houden wij een veiligheidsmarge aan, een periode van 12 maanden. Als na die 12 maanden alles oké is, zijn ze gewoon welkom.”, geeft van Hasselt aan.

Incubatietijd

De incubatietijd van de meeste soa’s bedraagt hooguit negentig dagen. Een wachttijd van drie maanden zou in theorie ook al voldoende moeten zijn. Van Hasselt noemt deze gedachte een bescheiden blik op het geheel: “In dit geval kijk je alleen naar soa’s, maar er moet ook rekening worden gehouden met bloed overdraagbare infecties zoals Hepatitis B. Deze infectie heeft een incubatietijd van vier maanden. Als je binnen deze vier maanden iemands bloed controleert die net geïnfecteerd is, kan de bloedtest dit nog niet aantonen, maar is deze persoon wel een drager van de infectie en kan dit ook doorgeven aan een ander zonder dat hij het weet.”

Hoe zit het dan met de heteroseksuelen?

Kunnen heteroseksuelen wel bloed doneren ongeacht of zij onveilige seks of een vaste partner hebben? Van Hasselt geeft aan dat voorafgaand aan iedere bloedafname de donor een vragenlijst moet invullen. Dit zijn vragen zoals ‘Ben je op vakantie in het buitenland geweest?’, ‘Heb je onlangs een piercing of tatoeage laten zetten?’, ‘Gebruik je bepaalde medicatie?’. Aan de hand van de antwoorden wordt gekeken of iemand zich in een risicogroep bevind. Als in deze vragenlijst wordt aangegeven dat iemand onlangs onveilige seks heeft gehad, kan het voorkomen dat iemand die al eerder bloed heeft gedoneerd ook een aantal maanden moet wachten totdat deze dat opnieuw kan doen. “Ook wordt er altijd een bloedtest gedaan bij de donoren. Beide maatregelen zijn nodig om de bloedvoorraad zo veilig mogelijk te houden”, voegt van Hasselt hier aan toe.