BLOG – Je realiseert niet hoe doordringend stilte kan zijn tot je Helsinki bezoekt. Het is alsof de volumeknop 5 standjes lager staat dan in Nederland. Maar er lopen niet minder mensen over straat dan in ons laaggelegen thuislandje. Finnen zijn stiller. Ze praten weinig, en áls ze praten dan is het zachtjes.

Winkels en café’s draaien liever een akoestisch achtergronddeuntje dan dat ze in een ware discotheek omgetoverd worden. (De Sting zou in deze stad niet snel succes boeken.) De stilte hier heeft een soort domino-effect: omdat de rest zachtjes praat, hoef je geen moeite te doen om er overheen te komen. Ook de Starbucks waar ik me huidig gevestigd heb om dit bloggetje te schrijven, heeft een aangenaam rustig sfeertje. Ik voelde me dan ook een echte rampentoerist toen ik denderend de tent binnenviel; luidruchtig lullend tegen Timo en Wessel over een of ander onzinnig gespreksonderwerp. (Schrijversnotitie: mijn gespreksonderwerpen zijn blijkbaar zó onzinnig dat ik ze niet eens na kan vertellen.)

We hadden tevoren al gelezen hoeveel waarde Finnen aan stilte hechten. We voldoen uiteraard aan de competentie ‘Research’: een van de belangrijkste journalistieke waardes. (Niet cynisch)

Aldus, een paar feitjes die we over Finland ‘geresearched’ hebben:

  • Finnen zijn volgens de World Happiness Report de vrolijkste bevolking op aarde. – Maar volgens de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, ziet Finland ook s ’werelds grootste aantal zelfmoorden.
  • Finnen vinden gokken ‘nationalistisch’, alle gokactiviteiten worden geheel door de gemeente bestuurd. Naar het casino gaan wordt als een goede daad gezien, omdat het geld uiteindelijk terug de economie in keert. – Maar Finland ziet wél een ontzettend groot gehalte gokverslaafden.
  • Finnen zijn teruggetrokken; houden van afstand en afzonderlijkheid. – Maar zitten wel de hele dag in sauna’s tegen elkaars naakte, bezweten lichamen aan te kijken.

Finland: Het land van tegenstellingen en paradoxen. Althans, zo zie ik het.

Én vogeltjes natuurlijk. Daar houden ze heel veel van. Vooral op openbare toiletten.

Ja, vreemd hé? Ik keek ook al raar op toen ik meesjes op de toiletten van Helsinki Airport hoorde. Ook de gezamenlijke douches/toiletten in ons hostel bleken huisvesting te zijn voor een koekoek en een specht. Beetje vochtige leefomgeving lijkt me. Althans, als er ook echt een koekoek en een specht zouden zitten. Finnen vinden schijnbaar comfort bij het geluid van parlevinkende plee-vinken. Dat zal wel helpen bij de ontlasting of zo, weet ik veel.

Ook opvallend: De lucht. Nee, geen noorderlicht helaas. Daar zitten we té laag voor, en daarbuiten heb ik het idee dat de hemel maar één of twee keer per jaar zichtbaar is. Helsinki is een van de meest melancholische steden die ik ooit gezien heb. Het straalt verdriet uit: Wolken en mist. Korte dagen. Grauwe donkerte. Koude kilheid. Depressiviteit. Die keer dat ik niet goed genoeg was voor dat ene meisje. Treurig, maar juist dát maakt de stad ook mooi. (Kutwijf)

Maar de lucht dus.

Zodra we het vliegtuig uitliepen viel het ons meteen op: een lichtgrijze lucht met een donkere, bijna zwarte, horizon aan alle kanten. Het was alsof je in een soort koepel zat waar de stad zich in bevond. Alsof je in de wolken precies het kunstmatige licht van Helsinki kon onderscheiden van de absolute duisternis van de Finse bossen. Timo dacht dat de zijwaartse stand van de zon de hemel deels belichtte. Waarschijnlijk een veel logischere verklaring. Maar dromen mag hé.

 

Groetjes, Jordi