Op woensdag 14 november gaat het Zweedse parlement stemmen voor een nieuwe minister-president. Spreker Andreas Norlén heeft op maandag 12 november Ulf Kristersson formeel kandidaat gesteld. Deze partijleider van de Moderaten wil proberen een kabinet te vormen met de Christendemocraten, maar wil twee andere centrumrechtse bondgenoten, de Liberalen en de Centrumpartij, achterwege laten. Zijn besluit kan echter zomaar eens historische gevolgen hebben.
Naomi Griep

Nooit eerder in de Zweedse geschiedenis heeft het parlement een potentiële minister-president afgewezen. Om minister-president te worden, moet je minder dan 175 stemmen uit het parlement tegen hebben. Dit komt omdat Zweden een ‘negatief parlementarisme’ kent. In tegenstelling tot Nederland, waar iemand een bepaald aantal stemmen voor moet hebben, telt Zweden het aantal stemmen tegen een mogelijke premier.

Als Kristersson het niet voor elkaar krijgt om op het laatste moment nog een schikking te treffen met echter de Liberalen of de Centrumpartij, dan is de kans groot dat het hem niet gaat lukken om de nieuwe minister-president van Zweden te worden. Als je er vanuit gaat dat de Linkse partij, de sociaaldemocraten en de Milieupartij tegen hem stemmen, dat zijn 144 parlementsleden, en je de Centrumpartij alleen al daarbij voegt, dan heeft Kristersson al verloren. Wanneer hij verliest, mag de Spreker nog drie andere potentiële minister-presidenten beschikbaar stellen. Zit daar ook niemand tussen, dan zullen er opnieuw algemene verkiezingen gehouden worden.

Annie Lööf, partijleider van de Centrumpartij, was tot dinsdag nog niet zeker of haar partij tegen Kristersson zou gaan stemmen. Ze gaf aan eerst te willen luisteren naar het voorstel van Kristersson, voordat ze een besluit zou gaan nemen. Uiteindelijk heeft ze bekend gemaakt dat ook haar partij ‘nee’ gaat stemmen, waardoor de kans dat Kristersson premier gaat worden heel klein is. Lööf zelf zou één van de andere potentiële premiers kunnen worden. Dat zal morgen blijken uit de uitspraken van de Spreker.