Als je als toerist opzoek gaat naar activiteiten in de stad Edinburgh, dan is Mary King’s Close een van de dingen die je vaak zult tegenkomen. Vroeger bestond de stad Edinburgh uit kleine steegjes (een close) tussen meters hoge gebouwen. In die steegjes vond het leven van de stad plaats: de markten, de bedrijfjes, de was werd er gedaan, ga zo maar door. Ook de beroemde Mary Queen of Scotts heeft er tijd door gebracht toen ze wat minder geliefd was door het volk. Tijdens de tour door Mary King’s Close krijg je het leven van de vroegere inwoners te zien, wat niet altijd even makkelijk was in de smalle steegjes.

De hoogte van je woning en het aantal kamers of verdiepingen die je had bepaalde hoe rijk je was. De allerarmste woonde met meerdere gezinnen in een kamer op de onderste verdieping. Zij zagen nooit daglicht en deelde een aantal vierkante meters met elkaar, waarin zij alles deden. Ja, ook de behoefte werd in die ruimte gedaan. Hiervoor werd een emmer gebruikt. Door iedereen dezelfde emmer, dat wel.

Deze emmers moesten natuurlijk ook geleegd worden. Dit mocht elke dag tussen 10 uur ’s avonds en 7 uur ’s morgens. ‘’Gardy loo!’’ riepen ze als ze de emmer uit het raam kieperde. Je kan je voorstellen dat als elke dag honderden mensen dit doen, de straten enorm vies worden. De behoeftes die uit het raam werden gegooid liepen door de straten en steegjes naar beneden, naar de Nor Loch (North lake). De Nor Loch was in de 15e eeuw bedoelt als defensief tegen de vijanden van de stad, maar werd dus later het grootste, open riool van Europa. Hier kwam zoveel stank vanaf dat de stad daar zijn bijnaam vandaan heeft: Old Reekie.

Ook de pest nam in de 17e eeuw zijn intrek in de stad (dit had overigens niks te maken met de stank en viezigheid van de Nor Loch) en nam veel levens. Er waren verschillende soorten van de pest, maar de ergste was toch wel The Black Death. Deze vorm van de pest kreeg zijn naam doordat het vele braken bloeduitstortingen veroorzaakte die zwart/paarse vlekken creëerden op de huid. De ziekte werd overgedragen op mensen door de vlooien die ratten met zich meenamen. Als je The Black Death kreeg, kon je binnen 17 uur overlijden. The great plague (de grootste pest uitbraak) was de meest vernietigende epidemie die de stad heeft gezien. De honderden doden werden in zogenoemde ‘Plague pits’ begraven, een soort massagraven. Dit gebeurde onder andere op de Greyfriars Kirkyard. Wil je meer lezen over deze begraafplaats? Lees dan dit artikel.

Het gebied van Mary King’s Close had de meeste slachtoffers. Mensen die de pest kregen moesten gedwongen in hun huis blijven om besmetting te voorkomen. Ze werden vaak in de steek gelaten om alleen te sterven. In Mary King’s Close zijn naar zeggen 300 besmette en onbesmette inwoners ingemetseld in hun eigen huis en achtergelaten om te sterven. De verhalen dat het er zou spoken, komen hier vandaan. Er wordt gezegd dat bewoners die daar zijn gestorven door de pest, ronddwalen in de closes die nu als toeristische attractie worden gebruikt.

Een van deze verhalen is ‘the ghost called Annie’. Annie zou in de tijd van de pest in een close gelegen naast Mary King’s Close wonen met haar ouders, die haar hebben achtergelaten toen zij de pest kreeg. Het verhaal gaat dat Annie daar is gestorven, en ze sindsdien ronddwaalt in haar ouderlijk huis. Een medium is een aantal jaar geleden naar de plek gegaan en voelde daar een intens verdriet, niet omdat Annie ziek was en daar gestorven is, maar omdat Annie haar favoriete pop miste. Het medium heeft toen op straat de eerste de beste pop gekocht die ze vond en die naar de plek gebracht waar ze Annie voelde. Ze claimde daarna dat zodra ze de pop daar neerlegde, het gevoel van verdriet de ruimte verliet. Sinds die tijd brengen bezoekers van Mary King’s Close speelgoed en poppen mee voor Annie om daar achter te laten.

In de 19e eeuw is door de nieuwe inrichting van de stad Mary King’s Close overdekt door het tegenwoordige parlementsgebouw. Het is volgens de Schotse wet verboden om ondergronds te wonen, dus een gedeelte van de close werd hierdoor verlaten door de bewoners. De laatste bewoners, de Chesney familie, vertrokken toen de close helemaal afgesloten werd, ze werden uitgekocht, in 1902. Mary King’s close is vernoemd naar, hoe raad je het, Mary King. Zij was een koopmansvrouw en best machtig voor haar tijd. Ze woonde op de close in de 17e eeuw.

De officiële naam van de tour is ‘The real Mary King’s Close’, omdat naar eigen zeggen alle verhalen die ze je vertellen waargebeurd zijn. Het is de echte geschiedenis van de plek. De tourguides nemen ook allemaal een van deze karakters aan. Onze tourguide Alex deed zich voor als de Poëet Robert Fergusson. Hij beweerde alleen wel nog nooit iets paranormaals te hebben gezien in de closes in al die tijd dat hij daar werkt. Dus of van de spookverhalen iets waar is, is nog te betwijfelen. Wel is het een toeristische attractie die zeker de moeite waard is alleen al om zijn geschiedenis en het kunnen bekijken van het oude Edinburgh.

Meer lezen? bekijk onze productie Haunted Edinbrugh!