Iedereen in Nederland kent de spelletjes wel: schaken en dammen. Beide hebben een diepgewortelde geschiedenis in de Nederlandse cultuur. Is één van de spellen populairder dan de ander en waarom is die populairder?

Schakers noemen het dammen een provinciaals kinderspel en dammers noemen het schaken een simpele sport, vertelt schaakvereniging Voorburg. Zo gaat de strijd tussen de twee denksporten al een tijdje door.

De cijfers

Als er naar de cijfers gekeken wordt, dan is de populariteitsstrijd al snel gewonnen door het schaken. De KNSB (Koninklijke Nederlandse Schaakbond) heeft in begin 2017 ongeveer 22.000 leden. In diezelfde tijd heeft de KNDB (Koninklijke Nederlandse Dambond) maar ongeveer 4.300 leden heeft.

Gelijkwaardig

Begin dit jaar is de damcolumn verdwenen uit de krant en een fanatieke dammer is daarop in gegaan. “Dammen hoort net zo veel respect te krijgen als schaken”, waren de woorden van Arne van Mourik die voorbijkwamen.

 

Tekst gaat verder onder tool.

 

De rivaliteit

De schaakbond erkent geen rivaliteit. Op topniveau is er geen spraken van enig kwaad bloed tussen de twee sporten. “Grappen over de arrogante schakers en provinciaalse dammers worden wel eens gemaakt, maar niks serieus”, vertelt Jeroen Bosch, de technisch directeur van de schaakbond.

“We hebben laatst nog samengewerkt en dat gaat altijd goed”, voegt Bosch toe. Volgens de schakers is het grootste verschil tussen de bonden het feit dat schakers op topniveau meer geld kunnen verdienen dan topniveau dammen.

De internationale strijd

Daarnaast is het spel, schaken, internationaal groter dan het dammen. Hoe dit komt, weet de schaakbond niet: “Waarschijnlijk komt het door de geschiedenis van het schaken, die gaat verder terug dan de geschiedenis van het dammen.”