Dakar 2019 is 7 januari van start gegaan, met 28 Nederlandse coureurs en 542 deelnemers in totaal. Het vindt dit jaar plaats in Peru, voor het eerst zal de race plaatsvinden in maar één land. Zij hebben heel de race gekregen omdat zij bereid waren het meest te betalen.

Terwijl hij reed naar de bivak van de tweede etappe gaf Dakar verslaggever Twan Spierts van Omroep Brabant, die in de auto zat met zijn mede-verslaggever Ronald Sträter, zijn blik op de race. Zij filmen daar samen hun serie ‘D’n Dakar’ waar ze focussen op Brabantse deelnemers. Ze waren nog 220 kilometer verwijderd van hun bestemming en hadden onderweg wat kleinschalige protesten gezien. “Je ziet dat altijd bij dit soort evenementen in een niet-welvarend land. Ik was bij de Olympische Spelen in Rio, daar zag je het ook. Peru heeft bakken met geld betaald om de Dakar hier naar toe te halen, sommige bewoners vinden dat het geld beter anders besteed kon worden”, vertelt Spierts.

Volgens hem zouden Nederlanders nog best wel wat leuks kunnen neerzetten dit jaar.“Ik verwacht dat team De Rooy zoals gewoonlijk hoge ogen gaat gooien bij de trucks, maar het is heel moeilijk te voorspellen. Elk klein probleem kan grote gevolgen hebben, maar bij de auto’s moet je letten op Erik van Loon die in 2015 de vierde plaats heeft behaald. Dit jaar zit zijn navigator, Wouter Rosegaar, samen met de Britse Harry Hunt in de auto die vorig jaar de race won; daar wordt dus ook het een en ander van verwacht.” aldus Spierts.

Net als veel liefhebbers, heeft hij ook veel lof voor de zogenaamde ‘échte helden van de Dakar’, de kistrijders. “Ook is het mooi om te zien dat er zoveel Nederlandse kistrijders zijn, dat zijn motorrijders die alles zelf monteren en geen hulp van buitenaf mogen hebben, onder wie vier Brabanders: Edwin Straver, Sjors van Heertum, Marcel Snijders  en Mark Tielemans . Zij zitten bij de bivak samen wat te eten en te drinken, helpen elkaar met monteren indien nodig en genieten van de rally. Dat is wel het mooie aan Dakar.”