Topsporters nemen tegenwoordig steeds vaker een politiek standpunt in. Denk bijvoorbeeld aan het bezoek van voetballers Mesut Özil en Ilkay Gündogan aan de omstreden Turkse president Erdogan. Recentelijker was NBA-speler Enes Kanter in het nieuws. Hij kan vanwege uitspraken tegen diezelfde Erdogan een wedstrijd van zijn team in Londen niet bijwonen.

Ook in Nederland zijn er sporters die vanwege politieke kwesties problemen ervaren met hun sport. Zo ook topbadmintonner Aram Mahmoud. Hij vluchtte een aantal jaar geleden vanuit Syrië naar Nederland en probeert sindsdien hier verder te werken aan zijn olympische droom.

Al is hij reëel over de kans dat deze droom ooit uitkomt. “Mijn familie had al een conflict met de bond, maar nu ik gevlucht ben naar Nederland zijn ze ook nog bang dat ik anti-Syrië geworden ben. Zolang het huidige bestuur er zit, zal ik in ieder geval nooit voor mijn land mogen uitkomen.” Dit laatste is voor een eventuele olympische kwalificatie van groot belang. Voor een Nederlandse sporter zijn de eisen hiervoor namelijk een stuk strenger dan voor iemand die onder de Syrische vlag speelt.

De vraag is dus of je je als topsporter tegenwoordig beter niet kunt uitspreken, want het zou zomaar negatieve gevolgen kunnen hebben voor de sporter zijn carrière. Bij de vraag of dit wenselijk is kun je je bedenkingen hebben. Naast topsporters, en dus voorbeeldfiguren, blijven zij namelijk ook gewoon mensen met een mening. Dus hebben ook zij het recht deze te uiten.