Volgens de Bijbel kwam er bij de bevruchting van Maria geen man aan te pas. Het was de kracht van de Heilige Geest die een kind in haar schoot wierp. Steeds meer mensen zetten hun vraagtekens bij het verhaal van de maagdelijke geboorte van Jezus. Hoewel mensen nog wel massaal naar The Passion kijken (3,5 miljoen in 2018), neemt de populariteit van de rooms-katholieke kerk elk jaar verder af. Parochies voegen samen, kerken worden voor andere doeleinden gebruikt en de gemiddelde leeftijd van de kerkgangers stijgt.

De geboorte van Jezus is voor de christenen onlosmakelijk verbonden met Kerstmis. Zij vieren dan de geboorte van hun Messias, de Redder. Maar tegenwoordig draait Kerstmis bij steeds meer mensen niet meer om de geboorte van het Kindeke. Het draait nu voornamelijk om de cadeaus die onder een met slingers en ballen versierde boom liggen. Waar vroeger het enige uitje een kerkdienst was, is er nu een strakke planning nodig. Een bezoekje aan opa en oma, met een beetje geluk zijn ze niet gescheiden want dat scheelt een ritje, een optreden bijwonen van een tante die in een koor zingt en op tijd weer thuis zijn om het tiengangendiner klaar te maken. En dan zijn er ook nog die ongemakkelijke verplichte borrels op het werk. Tijdens de feestdagen zijn er meer mensen die de weg naar de kerstmarkt van de Intratuin weten te vinden dan naar de nachtmis.

Ontkerkelijking
De afgelopen decennia vindt er in Nederland een ontkerkelijking plaats. Pasen draait niet langer om de opstandig van Jezus, maar om het zoeken van paaseieren. Met Pinksteren denken we niet aan de neerdaling van de Heilige Geest, maar aan welk festival we gaan bezoeken. En dat na carnaval de vastentijd begint, daar denkt bijna geen enkele feestvierder aan tijdens de polonaise.

Uit het rapport ‘Christenen in Nederland’ van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP), gepubliceerd op 19 december 2018, blijkt onder andere dat de rooms-katholieke kerk steeds meer terrein verliest binnen de Nederlandse samenleving. Ook het Kaski, expertisecentrum over religie en samenleving, laat cijfers zien die betreurend zijn voor de rooms-katholieke kerk. Hier volgt een overzicht van enkele cijfers uit bovenstaande bronnen.

Regionaal
Een kijkje in de kerk van Rucphen, een van oorsprong rooms-katholiek dorp in Brabant, laat hetzelfde zien. Ook binnen deze parochie neemt de populariteit van de kerk af. De gemiddelde leeftijd van de kerkgangers ligt boven de zestig jaar en de kerkbanken stromen niet meer vol. Afgelopen jaar was ook de opkomst tijdens het Kindje Wiegen teleurstellend. Dit is een speciale viering voor jonge kinderen op Tweede Kerstdag. Slechts vier moeders, twee vaders, twee opa’s, drie oma’s en zeven kinderen waren aanwezig om samen met de pastor de geboorte van Jezus na te spelen.

Gevolgen
De leegloop heeft als gevolg dat het aantal diensten en vieringen de afgelopen decennia zijn gehalveerd. Waar men vroeger op zaterdagavond en op zondagochtend een kerkdienst bij kon wonen, is dat nu nog maar een keer in het weekend. Ook is de parochie van Rucphen per 1 januari 2017 samengevoegd met de parochies van de andere kerkdorpen binnen de gemeente. Uit de landelijke cijfers blijkt dat het aantal parochies over de periode van 2003 tot en met 2017 flink daalde. In 2003 kende ons land nog 1525 parochies, in 2017 zijn dit er nog maar 690.

Een ander gevolg van de leegloop is het aantal kerken dat daadwerkelijk nog gebruikt wordt om het verhaal van God te verkondigen. In Roosendaal is bijvoorbeeld de Sint-Janskerk omgetoverd tot een evenementenlocatie. Op het podium staat een dj in plaats van het altaar en daar wordt geen wijn uit een kelk gedronken maar uit harde plastic bekers. In Rucphen staat de kerk nog wel in dienst van het geloof. Maar het gebruik voor andere doeleinden, mits het passend is, behoort ook tot de mogelijkheden. Zo vonden er het afgelopen jaar concerten van de plaatselijke harmonie en de zanggroep plaats. Ook is de vergaderzaal van de parochie in gebruik genomen door maatschappelijke organisaties, zoals De Zonnebloem en Vraag en Aanbod.

Een andere weg
Mandy de Jong en Bianca Bierings, twee jonge moeders uit Rucphen, kregen bij hun geboorte het rooms-katholieke geloof van hun ouders mee. Nog voor zij konden lopen, goot de pastor het doopwater over hun hoofdjes. Later rond hun achtste levensjaar gingen zij op voor hun eerste heilige communie. Een keuze om dit te doen, had Mandy niet. “Er werd niet eens aan mij gevraagd of ik mijn communie wel wilde doen. Het hoorde er gewoon bij en iedereen deed het.” Mandy had geen bezwaren om haar communie te doen. Het enige waar zij naar eigen zeggen een ‘trauma’ aan heeft opgelopen, was haar jurk. “Ik mocht niet gaan spelen omdat mijn jurk schoon moest blijven.” Met haar haren in de krul en een grote jurk werd haar communie grootst gevierd in een afgehuurde zaal waar een dj tot in de late uurtjes muziek draaide. Bij Bianca ging het er niet veel anders aan toe. “Bij mij ging iedereen wel wat eerder naar huis.” Een nieuwe fiets, die destijds bijna elke communicant kreeg, konden zij zich ook nog goed herinneren. “Dat was wel het standaardcadeau wat iedereen kreeg.” “Als je je communie doet, dan krijg je een fiets”, zeggen de twee dames in koor.

Nu zij zelf voor de keuze staan om hun kinderen te laten dopen of ter communie te laten gaan, slaan zij allebei een andere weg in. Bianca behoort tegenwoordig tot een lid van de christelijke gereformeerde kerk. Mandy gelooft wel dat er ‘iets’ is, maar is er zelf nog niet achter wat er dan precies is. Wel geeft ze aan in het paranormale te geloven. In het onderstaande geluidsfragment vertellen Mandy en Bianca over de totstandkoming van hun keuzes en op welke manier zij nu bezig zijn met het geloof.