“Als je denkt in oplossingen in plaats van problemen kun je alles doen. Dat geldt voor iedereen. Alleen als je blind bent of een andere handicap hebt, is het vaak wat moeilijker zoeken naar een oplossing voor wat je wil doen.” Maar een oplossing vond Willem van Wierst. In 2001 werd hij blind door een bacteriële infectie, maar dat hield hem niet tegen om alsnog te gaan handboogschieten.


Bent u de enige?

“Er zijn er meer hoor. We zijn een select gezelschapje. Ik ben in contact gekomen met andere schutters door een andere handboogvereniging in Almere, Handboog Schutterij Almere (HBSA). Daar zit een redelijk fanatieke coach die een aantal blinde handboogschutters onder zijn hoede heeft, maar het is maar een handje vol. Internationaal is het een stuk groter heb ik gemerkt.”


Hoe bent u bij Boogschieten gekomen?

“Was wel verrassend eigenlijk want ik zat bij een toneelvereniging een jaar of 3 geleden. Een van de andere leden van die toneelvereniging deed aan handboogschieten en die vertelde daarover, ik wilde dat toen ook eens proberen. Toen zei hij: ‘Dat kun je niet’. Dat moet je tegen mij niet zeggen. ‘Nodig mij maar uit’, zei ik toen. En zo is het een jaar of vier geleden begonnen. Eerst met handbogen van de club, maar dat ging natuurlijk nergens over want ik kon eigenlijk niet echt richten. Zo zijn we terecht gekomen bij de HBSA in Almere, daar hebben ze een soort van richtinstrument voor blinden. Dat hebben mijn vrienden hier in Roden door ontwikkelt tot wat het nu is. Een relatief goed werkend richtapparaat waarmee ik gewoon kan boogschieten.”


Hoe werkt het richtapparaat?

“Het werkt als een paal met een aantal knobbels eraan waar ik mijn hand tegenaan zet en op basis van waar ik mijn hand tegenaanleg kan ik richten. Je kan het zien als een bezemsteel in de grond met een spijker aan de zijkant. Dat is een beetje het principe. Ik leg mijn linkerhand, waar mijn boog in rust, ertegenaan en door te variëren met de hoogte en de richting kan ik relatief steeds op hetzelfde punt terechtkomen.”

Foto’s: Willem van Wierst

Gaat het goed het schieten?

“Ja, ik merk dat ik langzaam steeds beter wordt, het wisselt, maar er zit een stijgende lijn in. Ik versla soms zelfs al boogschutters zonder beperking. Die staan dan verbaasd te kijken, dan zeg ik: ‘Moet je maar blind worden, dan kan jij het ook’. Ik kijk nu met mijn team naar mogelijkheden waarbij ik wat meer wedstrijdervaring op kan doen. Want ook in Nederland is het aantal wedstrijden heel erg beperkt. Nu zijn er wel kampioenschappen in Den Bosch, maar dat is voor mij nog een stap te ver, want dat is zo’n verschrikkelijk hoog niveau daar kan ik echt niet aan tippen.”


Hoe vaak traint u?

“Twee keer per week, en dat probeer ik nu uit te bouwen want ik heb mezelf aangemeld om mee te doen met de Invictus Games. Dat zijn een soort wedstrijden voor veteranen. Daar maakt handboogschieten ook deel van uit. Of ik mag meedoen krijg ik over twee weken te horen, dat is nu mijn doel. Als ik mee doe, ga ik mijn training daar ook op richten. Maar het niveau van gehandicapten boogschieten is verschrikkelijk hoog, sommigen van die mannen en vrouwen trainen op paralympisch niveau. Dat betekent 20 uur per week. Daar kom ik niet bij in de buurt.”


Zou het iets toevoegen om in Nederland een blinden handboogvereniging op te richten?

“Ik zou er zelf tegen zijn. Ik vind het belangrijk dat je met een beperking nog zo geïntegreerd mogelijk meedoet in de samenleving. En daar waar een aanpassing echt noodzakelijk is, is dat uitstekend, maar ik ben er een voorstander van om in de samenleving zo veel mogelijk mee te doen met valide mensen. Dat bevordert veel meer de integratie van invalide mensen dan wanneer je in een apert clubje bij elkaar kruipt en alleen onder elkaar dingen doet. Ik ben er niet perse tegen. Soms is het wel goed om met alleen maar blinden bij elkaar te zijn omdat je dan met minder woorden elkaar begrijpt. Maar ik ben meer voor een geïntegreerde aanpak.”