Het lijkt alsof de Nederlandse tennis hoogtijdagen voorbij zijn. Zeker na de vroege uitschakeling van de twee Nederlandse tennissers Kiki Bertens en Robin Haase op de Australian Open. Is dit een incident of gaat tennis in Nederland een dip tegemoet?

“In onze ogen is het nog een iets te voorbarige conclusie om te zeggen dat het Nederlandse tennis in een dip zit”, vertelt communicatiemedewerker Herman van den Brink van de Koninklijke Nederlandse Lawn Tennis Bond (KNLTB). “Er zijn immers het afgelopen jaar fantastische resultaten behaald. Zo kwam Kiki Bertens, buiten het behalen van andere successen, ook in de top 10 van de wereld. Vorige week haalde ze nog de halve finale van het WTA-toernooi in Sydney.”

Niet alleen Kiki Bertens had succes afgelopen jaar: “Daarnaast haalde Demi Schuurs ook de top 10, staat Robin Haase in de top 50, draait het Federations Cup team mee in hun groep en werden er een flink aantal challenger-toernooien gewonnen door Nederlandse Tennissers,” aldus Van Den Brink.

Maar zijn deze successen te vergelijken met de successen voorheen? Als we kijken naar voorgaande successen, bijvoorbeeld Richard Krajicek die in 1996 de finale van Wimbledon won, valt op dat de verschillen in prestaties niet zo heel ver van elkaar ligt. De prijzen blijven uit, maar dichtbij komen de tennissers van nu wel.