‘Oewen boks hangt op skuppe zeuve’ en ‘Iech duij diech mit de moel in d’r drek‘. Het gros van de Nederlanders zal geen flauw idee hebben wat deze Oost-Brabantse en Limburgse uitspraken betekenen. Toch maken deze dialecten deel uit van de Nederlandse samenleving en is het merendeel van de sprekers er trots op. Het dialect kent een emotionele waarde en zal niet snel uitsterven, al zitten er wel haken en ogen aan.

Door: Jochem Michels & Daan Valkenburg

Een veel voorkomende misvatting is dat dialecten zijn ontstaan vanuit de Nederlandse taal. In werkelijkheid is het precies andersom. Zo trokken er eeuwen geleden verschillende Germaanse stammen naar Nederland. Die stammen spraken allemaal hun eigen taal, Germaanse dialecten. Alle stammen zaten in hun eigen dorpje en spraken elkaar niet veel, daarom groeiden de dialecten in de loop der tijd steeds verder uit elkaar. Pas in de middeleeuwen werd het belangijker dat mensen elkaar gingen verstaan. Vanaf toen is men begonnen een eenheidstaal te creëren, waardoor uit de verschillende dialecten het Nederlands is ontstaan.

Nu duidelijk is waar dialecten vandaan komen, kun je je afvragen waarom dialecten in deze tijd eigenlijk nog bestaan. Volgens taaldeskundige Gaston Dorren heeft taal twee belangrijke functies: communiceren en laten merken waar je bij hoort. “Dialecten hebben betrekkelijk weinig communicatiewaarde. Als het echt gaat om communiceren, kun je natuurlijk beter goed Nederlands of Engels spreken. Het nut van dialecten heeft daarom eerder te maken met ‘weten waar je vandaan komt’. Als mensen onderling in dialect praten, geeft dat een bepaald gevoel van verbondenheid.”

Stichting Tilburgse Taol (STT) erkent de charme van dialecten en probeert daarom het culturele belang van het Midden-Brabants dialect onder de aandacht te brengen. Tim van der Avoird, voorzitter van STT, vertelt over de activiteiten waarmee de stichting dit wil bereiken. Een van die activiteiten is bijvoorbeeld het Tilburgse Dictee. Deze Tilburgse ‘Taolbèttel’ heeft inmiddels al vijf keer plaatsgevonden, waarbij groot liefhebber Petra Robben drie keer won.

 

Niet alleen de ouder generatie Nederlanders spreekt dialect, ook de jeugd kan er wat van. Tijn Swinkels is geboren en getogen in het Brabantse Someren en dat is te horen ook. Daartegenover staat William Duke, hoewel hij geboren is in Maastricht stroomt het Amerikaanse bloed door zijn aderen. Zijn dialect is voor de meeste mensen moeilijk te plaatsen.

Tijn Swinkels en William Duke erkennen dat hun dialecten een obstakel kunnen vormen. Tegelijkertijd maakt hun manier van spreken hen wél tot de persoon die zij zijn. Zoals beiden uitleggen, is dat de voornaamste reden dat ze niet snel voor logopedie zullen kiezen. Voor mensen die wél graag van hun dialect af willen komen, kan logopedie een goede oplossing zijn. “We krijgen regelmatig mensen uit een andere provincie die voor werk naar Brabant verhuizen en daarom hun accent of dialect willen afleren. Als logopedist begin je dan bij de basis en werk je gaandeweg toe naar het gewenste resultaat”, vertelt Logopediepraktijk Snoeren & De Kruif uit Breda.

Dorren denkt dat men in Nederland nog lang kan genieten van alle dialecten die ons land rijk is. “Dialecten zijn ongelofelijk hardnekkig. Al gaan ze wel steeds meer op het Nederlands lijken. Misschien dat er over twee of drie generaties alleen nog accenten over zijn. Toch denk ik dat er nog heel lang bepaalde woorden, klanken en grammatica zullen blijven voortbestaan.”