Het talent om op topniveau te sporten is niet voor iedereen weggelegd. Op jonge leeftijd worden jongens en meisjes door scouts van de voetbalvelden, de hockeyvelden en uit de zwembaden getrokken om zich te kunnen ontwikkelen naar een hoger niveau. Maar de weg naar topsport is lang en tijd voor een leuk bijbaantje of uitgaan met je vrienden is er al helemaal niet meer bij. Thomas en Mitchell sportten jaren op hoog niveau, maar stopten nog voordat ze achttien werden.

Thomas van Miert (18) was negen toen hij door NAC Breda werd gescout. Hij werd jaren als een van de grootste talenten van zijn club gezien maar op zijn zeventiende ging Thomas beseffen wat hij moest opgeven voor het voetballen. “Dat voetbal een geweldige sport was, heb ik van mijn vader met de paplepel ingegoten gekregen. Ik was fan van NAC, dus dat ik daar mocht gaan voetballen was een droom die uitkwam. Op mijn negende werd ik in een elftal bij NAC geplaatst en op die leeftijd besef je nog niet waar je aan begint.”

Twee keer in het half jaar uit

Doordeweeks trainde Thomas drie keer en op zondag speelde hij een wedstrijd. “Je school gaat er dan onder lijden. Ik zat met nog een paar jongens van NAC op school. We hadden een topsportcoördinator die rekening met ons hield als we bijvoorbeeld de dag na een wedstrijd een toets hadden.” Tijd voor een bijbaantje of uitgaan met zijn vrienden had Thomas niet. “Dat was niet met school en voetbal te combineren. Ik ging misschien twee keer in het half jaar uit. Als ik ’s avonds bijvoorbeeld om acht uur thuis kwam van een wedstrijd in Heerenveen, was ik doodmoe. Ik raakte vrienden kwijt, maar dacht daar niet over na, ik was met het voetballen bezig.”

Besef

“Het besef dat ik wilde stoppen is er ingeslopen. Ik wilde mijn tijd niet meer aan het voetballen kwijt zijn en ging me afvragen waarom ik het nog deed.” Thomas had het met zijn teamgenoten over dat hij wilde stoppen, die zeiden dat hij moest doen wat hij wilde. “Mijn vader vond het echt verschrikkelijk, hij had natuurlijk al die jaren langs de lijn gestaan. Hij volgt NAC nog steeds op de voet en had zijn zoon op het veld willen hebben. Maar ik speelde op het laatst niet meer voor mezelf, ik moest de knoop doorhakken.”

Last van schouders

In mei vorig jaar tekende Thomas nog een contract voor drie jaar bij NAC, vijf maanden later stopte hij. “Er viel echt een last van mijn schouders af, ik hoefde niet meer naar de trainingen. Ik ben weleens benieuwd hoe ver ik was gekomen als ik niet gestopt was, maar het plezier dat ik in voetbal had toen ik jonger was, had ik niet meer.” Na acht jaar voetballen stopte Thomas op tijd om zijn havodiploma te kunnen halen en nam hij een tussenjaar om te werken. In augustus is hij Management, Economie en Recht in Utrecht gaan studeren. “Ik hou mijn conditie bij door hard te lopen in het bos en ik loop weleens een wedstrijd voor het competitiegevoel.” Voetballen doet Thomas niet meer. “Het discussiëren over een bal die uit is, dat mis ik wel.”\r\n\r\nhttp://youtu.be/L50HiWgjQ-c

Voor schooltijd in het zwembad

Op zijn zevende ging Mitchell Verburg (18) zwemmen bij zwemvereniging Platella in Bladel. “Mijn ouders motiveerden mij om te gaan zwemmen omdat mijn zus dat ook deed. Ik zwom drieënhalf jaar toen mijn zus bij PSV ging zwemmen en ik met haar mee ging.” Mitchell ging wedstrijden zwemmen. “Ik vond dat leuk, totdat ik onverwachts een Brabants record zwom. Ik besefte dat ik zwemmen leuker ging vinden en ben drie tot vier keer per week gaan trainen.” Mitchell werd Brabants kampioen en ging op landelijk niveau zwemmen. “Ik trainde rond de vijftien uur per week in het water en deed drie uur aan krachttraining, hardlopen en opdrukken.” Zelfs voordat Mitchell naar school ging, trainde hij. “Ik had verschillende trainingstijden, vier ochtendtrainingen van anderhalf tot twee uur, vier avondtrainingen van twee tot tweeënhalf uur en één wedstrijd per week. Ik zwom kilometers om mijn uithoudingsvermogen te verbeteren of zwom zo hard als ik kon 30×100 meter.”

Geen verbetering

Op de middelbare school kon Mitchell het zwemmen niet combineren met zijn school en vrije tijd. Hij bleef zitten in de tweede klas. Op zijn zestiende besefte Mitchell dat hij op het landelijke niveau bleef hangen en zichzelf niet verbeterde. “Ik werd overgeplaatst naar de senioren maar ik vond het daar te serieus, het waren niet mijn leeftijdsgenoten.” Sinds hij gestopt is, heeft Mitchell niet meer gezwommen. “Ik heb naast het zwemmen altijd gevoetbald en dat doe ik nog steeds. Mijn moeder moest wel wennen, zij bracht mij elke dag naar het zwembad.”