Na de dood van Joost Zwagerman is de Nederlandse literatuurwereld een icoon armer. Hij heeft zelfmoord gepleegd op 51-jarige leeftijd in zijn woonplaats Haarlem. Er kwam vandaag nog een boek uit van Zwagerman, “De Stilte van het Licht, Schoonheid en Onbehagen in de Kunst”.

Zwagerman was al op vroege leeftijd geïnteresseerd in taal. Op negenjarige leeftijd maakte hij al zijn eigen blaadje, dat bestond uit artikelen en foto’s uit de VARAgids, die hij zelf bewerkte. Dit blad kreeg de naam “Zwagergids”. Zijn liefde voor het geschreven woord kwam pas echt aan het licht toen zijn debuutroman “De Houdgreep” uitgegeven werd in 1986. Zwagerman was toen pas 22. Hij bereikte pas het brede publiek drie jaar later, toen zijn tweede roman “Gimmick!” uitgegeven werd. Daarna verschenen er bijna jaarlijks één of meer werken van Zwagerman. Dat konden romans zijn, maar ook gedichten of essays. De uitgever Peter Nijssen noemde Zwagerman hun productiefste auteur.  ”Hij heeft meer dan dertig boeken geschreven. Hij had een enorm doorzettingsvermogen.”

Zijn werken werden dusdanig gewaardeerd door de Nederlandse literaire wereld, dat hij in januari 2008 de Gouden Ganzenveer in ontvangst mocht nemen. Deze wordt alleen uitgereikt aan instituten of personen die veel betekenen voor het Nederlandse geschreven woord.

Zwagerman werd ook gewaardeerd door andere iconische Nederlandse schrijvers. Een van de grootste Nederlandse schrijvers, Harry Mulisch, was lyrisch over Zwagerman: “Als er één schrijver is die na mijn dood in mijn voetsporen kan treden, dan is het Zwagerman.” In 2000 begonnen negen grote Nederlandse schrijvers, waaronder Mulisch, aan een project genaamd “De Schrijver”, dat uiteindelijk resulteerde in een boek. Al deze auteurs waren al op leeftijd tijdens dit project, dus werd er nog gekozen voor een jongere schrijver om dit team van literaire genieën te versterken. Deze jongere schrijver werd Joost Zwagerman. Het boek, dat ook “De Schrijver” heette, verscheen in 2000.

De interesses van Zwagerman reikte verder dan alleen taal. Zo etaleerde hij zijn liefde voor beeldende kunst tijdens uitzendingen van De Wereld Draait Door, in de vorm van kunstcolleges. Presentator Matthijs van Nieuwkerk was erg onder de indruk hoe Zwagerman “zonder cynisme, maar met pure hartstocht en geestdrift” over kunst kon praten. Dit zei hij dinsdagavond  tijdens een uitzending van “Pauw”. De cabaretier Paul van Vliet was ook aanwezig tijdens de uitzending en voegde toe:  “Het is zeldzaam dat iemand zo de kunsten naar de lezer kan vertalen”.

Zwagerman belichtte ook kunst en cultuur in de vorm van columns. In de Volkskrant schreef hij deze columns onder het rubriek “Zwagerman kijkt”, waarin altijd twee bijzondere kunstwerken centraal stonden. De hoofdredacteur van de Volkskrant, Phillipe Remarque, was er erg van onder de indruk hoe Zwagerman over kunst kon vertellen: “Joost kon als geen ander lezers meetrekken in zijn niet aflatende enthousiasme voor kunst.”

Wat weinig mensen weten over Zwagerman, is dat hij ook geïnteresseerd was in popmuziek. Nergens wordt dit meer duidelijk dan in zijn bundel “Perfect Day”, vernoemd naar het nummer van Lou Reed. Zwagerman geloofde dat popmuziek een vorm van pop art was. Daarom vond  hij dat niet alleen de muziek, maar ook het artwork en de videoclips van groot belang was bij popmuziek.

Zijn laatste boek, “De stilte van het licht”, is een verzameling aan essays over kunst. De overkoepelende thema’s in het boek zijn leegte en stilte. Het boek is inmiddels verkrijgbaar in de winkels.  

Artikel over de berichtgeving van de dood van Joost Zwagerman leest u hier.