In Nederland daalt het aantal uren dat de bevolking naar televisieprogramma’s kijkt wanneer ze worden uitgezonden. In plaats daarvan kijken Nederlanders steeds meer programma’s op het internet, of ze worden pas later teruggekeken. Dat blijkt uit een onderzoek van marktonderzoeksbureau Telecompaper.

Voor dit onderzoek zijn 6600 mensen ondervraagd, allemaal tussen de 12 en 80 jaar oud, waaruit een gemiddelde van twee uur per dag “normaal” televisie kijken bleek. 61 procent van de dagelijkse kijktijd gaat nu via andere manieren van programma’s kijken. Een halfjaar geleden kwam uit eenzelfde peiling dat slechts 53 procent van de kijktijd via andere manieren ging.

Een factor die ook nog meespeelt is de leeftijd van de kijker. Nederlanders boven de vijftig jaar kijken gemiddeld 140 minuten per dag normaal televisie, in tegenstelling tot tieners, die gemiddeld slechts 68 minuten programma’s op tv kijken. Ondanks het feit dat online programma’s kijken steeds populairder wordt, blijft de normale manier van televisie kijken het meest populair.

De toekomst van de tv staat niet vast. Volgens docent Media- en Cultuurwetenschappen op de Universiteit van Utrecht, Willemien Sanders, zal het kastje in de woonkamer echter niet verdwijnen. “Ook over de bioscoop wordt al lang geroepen dat het zou verdwijnen. De tv blijft evolueren. Het is niet langer alleen dat kastje met twee knoppen. Het kastje is dus al weg-geëvolueerd en er is een scherm voor in de plaats gekomen, dat we samen met vele andere schermen voor steeds meer dingen, inclusief ‘tv kijken’, gebruiken.”