Doofblinde kinderen kunnen volgens Eline van Rooij, lerares voor doofblinden, ook leren om te communiceren. Volgens haar is het belangrijkste hierbij een vertrouwensband creëren. Want voor wie helemaal niet kan zien of horen, is leren communiceren een lange weg.

Het eerste wat de kinderen volgens de lerares moeten leren is dat er mensen om hen heen zijn. “Ze moeten leren dat er meer is in hun omgeving dan wat ze binnen handbereik kunnen voelen. Dat begint bij het leren dat er andere mensen bestaan.” Vertrouwen opbouwen is hierbij heel belangrijk. “Om de hele wereld toegankelijk voor ze te maken, moet alles heel voorspelbaar zijn. We bouwen routines op zodat hun omgeving vertrouwd wordt. Van hieruit kunnen ze leren communiceren”, vertelt Van Rooij.

Het communiceren is voor elk kind heel verschillend. “Als je niet ziet en niet hoort heb je je handen nodig. Daarin zijn alle doofblinden hetzelfde: alles moet op de tast. Er zijn leerlingen hier die een hele gebarentaal leren zoals doven dat ook hebben, maar dan met vier handen. Dat betekent dat ze de gebaren die de leerkracht maakt aftasten”, volgens van Rooij. Er zijn ook leerlingen die niet op dat niveau komen. “Bij die kinderen blijft het vaak bij het voelen van voorwerpen en daarmee iets aangeven. Bijvoorbeeld een beker pakken om duidelijk te maken dat ze dorst hebben”, aldus de lerares.

Herkenbaarheid
Volgens Van Rooij is het belangrijk dat de kinderen weten wie ze voor zich hebben. “Al onze medewerkers hebben een persoonsverwijzer. Dat is iets kenmerkends wat je de kinderen meteen kunt laten voelen. Ik heb bijvoorbeeld een ring waar een grote steen op zit dus als ik bij de kinderen kom laat ik ze altijd even aan mijn ring voelen, zodat ze weten dat ik het ben. Ook draag ik al dertig jaar hetzelfde parfum.”

Communicatie is erg belangrijk omdat de kinderen anders gefrustreerd en zelfs agressief kunnen worden. “Het is niet makkelijk om ze te kalmeren omdat je je woorden niet kunt gebruiken, dus dit soort situaties proberen we te voorkomen. Ze leven natuurlijk zo in dat lichaam, ze kunnen het niet met woorden aangeven wanneer ze pijn hebben. Soms worden ze dan agressief, ook naar zichzelf. Als ze bijvoorbeeld oorpijn hebben zie je dat ze hard op hun oor drukken om aan te geven dat het daar zeer doet”, vertelt Van Rooij. Dat wordt in feite gezien als moeilijk gedrag, maar volgens de lerares is het aan de begeleiders om te voorkomen dat het miscommunicatie wordt. “Zij willen het aangeven en dan is het aan ons als begeleiders om dat te begrijpen. Je kunt hun hand wel wegtrekken en laten merken dat ze het niet mogen doen, maar dan raakt het kind alleen maar meer overstuur. Ieder gedrag is communicatie.”