In Eet en Bierlokaal Aogse Markt in Breda is iemand jarig. Een luid meegezongen Lang Zal Hij Leven schalt uit de speakers. In een bovenkamertje van het café is het nummer ook goed te horen. Daar is een workshop liedteksten schrijven bezig, en het feestnummer wordt meteen benut als voorbeeld. Workshop-leidster Femke Reuvers: “Kijk, deze tekst past gewoon heel goed op de melodie, je zingt hem meteen mee.”

Erg veel mensen heeft deze workshop niet weten te trekken. Er zijn in totaal vijf deelnemers; twee daarvan zijn familie van Femke. Oom Michel zit op zijn rollator, moeder Marian maakt foto’s. Andere deelnemers zijn Marc de Baar, hoofdredacteur van het Princenhaagse weekblad en schrijfster Leonore Pulleman.

De laatste deelnemer, Cédric Bousché, vertelt tijdens het voorstelrondje niks over zijn beroep, maar steekt wel een machtig betoog af over het behoud van Breda als schrijversstad. Volgens hem staat Breda namelijk steeds meer te boek als stad van de beeldende kunst, maar moet ook de geschreven kunst niet vergeten worden, “Zodat we niet vergeten hoe te schrijven.” Er is maar een klein probleempje, “Zelf kan ik helemaal niet zo goed schrijven. Dus ik dacht dat Femke mij wel kon helpen.”

De workshop begint: Femke legt uit wat de definitie van een liedtekst is, en vertelt over het verschil met een gedicht. Dan komt de eerste opdracht. De deelnemers moeten steekwoorden rond een herinnering, waar ze met ‘nostalgische heimwee’ aan terug denken, op papier zetten. Ze krijgen hier tien minuten voor. Sommige deelnemers denken dat ze in die tijd een heel lied op papier moeten zetten, maar Femke verzekert iedereen dat het nog maar om een brainstormsessie gaat. “Denk vooral nog niet aan rijm of metrum”.

Het is voor Femke wel een beetje teleurstellend dat er maar zo’n klein groepje is. “Ik heb weleens workshops gegeven aan groepen van acht mensen, en dat is een ideaal aantal” Ze schrijft gedichten en teksten, onder andere voor een koor wat ze zelf omschrijft als een ‘viswijvenkoor’. Ze stuurt ook regelmatig teksten in voor Kinderen voor Kinderen, maar helaas zijn die tot nu toe allemaal afgewezen. Met de workshops die ze onder de naam Spelen met Woorden geeft is ze nu een paar jaar bezig.

workshop 2

Een uitleg over rijm en metrum volgt, want daar moet men nu vooral wel aan denken. Dit deel van de workshop geeft antwoord op belangrijke levensvragen zoals: “Als ik een rijmschema kies, moet ik me daar dan aan houden tot ik dood ga?” Het antwoord hierop blijkt nee, je kan altijd nog wisselen. Ook krijgen de deelnemers uitleg over rijmvormen. Zo is bastaardrijm (want/Nantes) prima, maar is rijkrijm (want/wand) echt een no-go. Hoewel, voegt Femke toe, zelfs dichter Lennart Nijgh heeft zich hier wel eens aan schuldig gemaakt.

Zelfs in de gesprekken die de deelnemers hebben begint inmiddels al wat lyrisch talent door te drukken. Cédric laat weten: “Aardbeien zijn wel een leitmotif in mijn leven geweest, van plukken tot eten, en dan ’s avonds het veld in sluipen om er meer te plukken.” Leonore valt hem bij: “Ja, en ze smaken ook niet meer zoals vroeger.” Het lijkt tijd om aan de slag te gaan.

De deelnemers moeten, bewapend met rijmwoordenboeken, hun steekwoorden over nostalgische heimwee om gaan zetten in een couplet en een refrein. Dit op de melodie van Those Were the Days van Mary Hopkins. Michel denkt met weemoed terug aan een noodgedwongen busreis naar Portugal, en zet dit om in een carnavalsknaller in de dop. “In de greep van het avontuur/gooi alle remmen los/maar net voorbij Den Bosch”. Terwijl Marian terug denkt aan het feestjes uit haar jeugd. “Liefde en amour/genieten met elkaar/het is gezellig daar/dansen, voetjes van de vloer.” Ook de andere deelnemers hebben er wat van kunnen maken, en gaan met wat meer ervaring op zak weer naar huis.